Neder­land wil in 2050 vol­le­dig cir­cu­lair zijn. De bouw­sec­tor is aan­ge­we­zen als één van de sec­to­ren waar­voor een gro­te rol is weg­ge­legd. In 2030 moet 50 pro­cent van de bouw­sec­tor cir­cu­lair zijn, en in 2050 zelfs 100 pro­cent. Om de hoge ambi­ties te beha­len, is een sys­teem­ver­an­de­ring nodig. De whi­te­pa­per ‘Cir­cu­lai­re mate­ri­a­len in de bouw — Juri­di­sche fei­ten en fabels over hoog­waar­dig her­ge­bruik’ geeft daar­voor prak­ti­sche tips en hand­vat­ten. Vraag hem nu aan, onder­aan deze pagina. 

Circulair in de bouw

De pri­mai­re grond­stof­fen van de wereld zijn ein­dig en wor­den nog te wei­nig (hoog­waar­dig) her­ge­bruikt.  Boven­dien is de win­ning en ver­wer­king van pri­mai­re grond­stof­fen pro­ble­ma­tisch voor het mili­eu. Zo volgt uit de eer­ste Inte­gra­le Cir­cu­lai­re Eco­no­mie Rap­por­ta­ge 2021 | PBL Plan­bu­reau voor de Leef­om­ge­ving dat de win­ning en ver­wer­king van grond­stof­fen ver­ant­woor­de­lijk is voor 90 pro­cent van het mon­di­a­le bio­di­ver­si­teits­ver­lies, 90% van de water­schaars­te en voor 50 pro­cent van alle mon­di­a­le CO2- uitstoot.

Hoog­waar­dig hergebruik
De laat­ste jaren zijn er steeds meer tech­ni­sche ont­wik­ke­lin­gen die cir­cu­lair bou­wen moge­lijk maken. Het juri­disch domein speelt ech­ter ook een belang­rij­ke rol, omdat het wet- en regel­ge­vend kader de ruim­te moet bie­den om de tran­si­tie naar een cir­cu­lai­re eco­no­mie moge­lijk te maken. In een cir­cu­lai­re (bouw)economie heeft het de voor­keur om niet meer te slo­pen, maar te demon­te­ren en de mate­ri­a­len die vrij­ko­men maxi­maal hoog­waar­dig te her­ge­brui­ken. Her­ge­bruik van afval in de bouw­sec­tor neemt toe, alleen voor­al in laag­waar­di­ge toe­pas­sin­gen, denk bij­voor­beeld aan gra­nu­laat onder wegen. Dit moet anders.

Kwa­li­teit, risico’s en veiligheid
Momen­teel zien wij dat veel opdracht­ge­vers en opdracht­ne­mers terug­hou­dend zijn met het hoog­waar­dig her­ge­brui­ken van mate­ri­a­len. Zij grij­pen snel­ler naar wat zij al ken­nen, name­lijk het gebruik van pri­mai­re mate­ri­a­len en pro­duc­ten. Het toe­pas­sen van her­ge­bruik­te mate­ri­a­len brengt aller­lei vra­gen met zich omtrent kwa­li­teit, risico’s en vei­lig­heid, pro­ble­men omtrent garan­ties, aan­spra­ke­lijk­heid en NEN-nor­men die van­uit het Bouw­be­sluit 2012 wor­den opge­legd.  Hoe is de kwa­li­teits­bor­ging? Vol­doet het mate­ri­aal en/of bouw­pro­duct aan de wet- en regel­ge­ving? Hoe krijg ik zeker­heid en hoe wordt omge­gaan met garan­ties en aan­spra­ke­lijk­heid? Deze vra­gen kun­nen voor opdracht­ge­vers een drem­pel opwer­pen om te kie­zen voor cir­cu­lair bou­wen met her­ge­bruik­te bouw­pro­duc­ten of materialen.

Down­load de Whitepaper
In de whi­te­pa­per ‘Cir­cu­lai­re mate­ri­a­len in de bouw — Juri­di­sche fei­ten en fabels over hoog­waar­dig her­ge­bruik’ behan­de­len we een aan­tal prak­ti­sche en juri­di­sche uit­da­gin­gen omtrent het hoog­waar­dig her­ge­bruik van mate­ri­a­len en bouw­pro­duc­ten. Wij geven kaders en oplos­sings­mo­ge­lijk­he­den met con­cre­te hand­vat­ten en voor­beel­den. Daar­mee luidt de cen­tra­le vraag als volgt:

‘hoe borg je juri­disch het toe­pas­sen van gebruik­te mate­ri­a­len in bouwprojecten?’


    *In een eer­de­re ver­sie van deze whi­te­pa­per wordt gesteld dat de gemeen­te Amster­dam bij de grond­uit­gif­te van Buik­slo­ter­ham, Cen­tru­mei­land, de Zui­d­as en Slo­ter­dijk stren­ge­re eisen heeft gesteld dan het Bouw­be­sluit. Dit is een ver­schrij­ving geweest. Er wor­den name­lijk geen stren­ge­re eisen gesteld (dat is immers niet toe­ge­staan), maar par­tij­en wor­den door mid­del van gun­nings­cri­te­ria uit­ge­daagd ver­der te gaan dan het Bouw­be­sluit 2012.