In 2021 treedt de Omge­vings­wet in wer­king. Over­he­den zijn nu al druk bezig met het opstel­len van omge­vings­vi­sies en omge­vings­plan­nen. Maar wat is de Omge­vings­wet nu pre­cies en hoe ver­houdt de wet zich tot de ener­gie­tran­si­tie? Dat leg­gen we in deze tekst graag nog een keer hel­der uit.

De Omge­vings­wet

De Omge­vings­wet ziet toe op de duur­za­me ont­wik­ke­ling van de fysie­ke leef­om­ge­ving. Alle onder­wer­pen, zoals ruim­te­lij­ke orde­ning, bou­wen, infra­struc­tuur en water zijn in de Omge­vings­wet geïn­te­greerd. Ook ener­gie­be­spa­ring voor bedrij­ven, ener­gie­pres­ta­tie van gebou­wen, de aan­leg van warm­te­net­ten en de ruim­te­lij­ke inpas­sing van bij­voor­beeld zon­ne- en wind­ener­gie val­len onder de wer­king van de Omge­vings­wet. De wet biedt het instru­men­ta­ri­um om de ener­gie­tran­si­tie te ver­snel­len. Belang­rijk om op te mer­ken is dat de Omge­vings­wet niet gaat over de regu­le­ring van de ener­gie­markt. Dit is gere­geld in de Gas‑, Elek­tri­ci­teits- en Warmtewet.

Ener­gie­tran­si­tie

De ener­gie­tran­si­tie is een afspraak om van fos­sie­le brand­stof­fen naar vol­le­dig duur­za­me ener­gie­bron­nen zoals zonne‑, en wind­ener­gie over te stap­pen. Dat is vast­ge­legd in het kli­maat­ak­koord van Parijs en in de Kli­maat­wet. De mees­te ener­gie die we ver­brui­ken is nog altijd afkom­stig van fos­sie­le brand­stof­fen. Het win­nen van fos­sie­le brand­stof­fen zorgt voor veel scha­de aan natuur en mili­eu. Door het ver­bran­den van olie, gas en steen­kool komt fijn­stof in de lucht, maar het groot­ste pro­bleem is de uit­stoot van CO2, waar­door ons kli­maat ver­an­dert. De aar­de warmt op, de zee­spie­gel stijgt en we heb­ben steeds vaker te maken met extreem weer. De ener­gie­tran­si­tie moet ervoor zor­gen dat die kli­maat­ver­an­de­ring zoveel moge­lijk wordt afgeremd.

Wat gaat de Omge­vings­wet ons opleveren?

De Omge­vings­wet is geba­seerd op de beleids­cy­clus (zie onder­staand figuur). Het wer­ken met de beleids­cy­clus daagt over­he­den uit om ambi­ties te ver­ta­len naar con­cre­te doel­stel­lin­gen en uit­voer­baar beleid. Zo nodig kan dat beleid juri­disch ver­an­kert wor­den in alge­me­ne regels, zoals omge­vings­plan­nen en ‑ver­or­de­nin­gen. De Omge­vings­wet biedt bestuur­lij­ke afwe­gings­ruim­te, flexi­bi­li­teit en ver­een­vou­di­ging om maat­werk te leve­ren voor com­plexe vraag­stuk­ken zoals de ener­gie­tran­si­tie. Zo kun­nen over­he­den die inte­gra­le afwe­gin­gen vast­leg­gen in het omge­vings­plan en de ‑ver­or­de­ning. Juist díe juri­di­sche moge­lijk­heid is een enor­me meer­waar­de ten opzich­te van de hui­di­ge prak­tijk. Dat draagt bij aan een bete­re balans tus­sen het bescher­men en ver­be­te­ren van omge­vings­kwa­li­tei­ten en het gebrui­ken van de fysie­ke leefomgeving.

Beleidscyclus
Beleids­cy­clus: het cyclisch pro­ces van voor­be­rei­ding, opstel­ling, besluit­vor­ming, uit­voe­ring en eva­lu­a­tie van het beleid.

En de energietransitie?

De over­gang van een fos­sie­le naar een duur­za­me, CO2-arme ener­gie­voor­zie­ning heeft ook gevol­gen voor de fysie­ke leef­om­ge­ving. Ener­zijds zijn dat posi­tie­ve gevol­gen voor het kli­maat, omdat hier­mee broei­kas­gas­sen en dus het broei­kas­gas­ef­fect wordt beperkt. Ander­zijds vergt deze tran­si­tie ook ingrij­pen­de zicht­ba­re en onzicht­ba­re gevol­gen voor het land­schap, zoals het plaat­sen van wind­par­ken en zon­ne-akkers. Een voor­beeld van een onzicht­baar gevolg is de enor­me druk op de onder­grond door de aan­leg van warm­te­net­ten, het aan­bo­ren van warm­te­bron­nen en het ver­zwa­ren van elek­tri­ci­teits­net­ten. Al deze fysie­ke ingre­pen heb­ben effec­ten op de leef­om­ge­ving. De aan­vaard­baar­heid daar­van moet wor­den afge­wo­gen bij het bepa­len van visies, programma’s en plan­nen voor de fysie­ke leef­om­ge­ving. De Omge­vings­wet biedt hier­voor de moge­lijk­heid om de rela­tie tus­sen de ener­gie­tran­si­tie en fysie­ke leef­om­ge­ving in samen­hang te zien en die bestuur­lijk af te wegen.

Wie krijgt er met de Omge­vings­wet te maken?

De Omge­vings­wet heeft gevol­gen voor alle over­he­den die beslui­ten nemen over de fysie­ke leef­om­ge­ving. Denk aan het aan­leg­gen van snel­we­gen, dij­ken, woon­wij­ken en bedrij­ven­ter­rei­nen. Ook de aan­leg van wind­par­ken en zon­ne-akkers valt hier­on­der. Voor over­he­den heeft de Omge­vings­wet ook gevol­gen voor hun werk­wij­ze. Veel gemeen­ten zijn sec­to­raal geor­ga­ni­seerd, maar zul­len steeds meer opga­ve­ge­richt moe­ten gaan wer­ken. Dat levert een ver­an­de­rings­op­ga­ve voor de orga­ni­sa­tie op.

Daar­naast zijn over­he­den ver­plicht om de direc­te omge­ving te laten par­ti­ci­pe­ren bij de besluit­vor­ming hier­over. Zo kun­nen inwo­ners, bedrij­ven en belan­gen­groe­pen bij­dra­gen aan de besluit­vor­ming. Zeker de aan­leg van wind­par­ken en zon­ne-akkers, maar ook het ont­kop­pe­len van wonin­gen van het aard­gas­net, kan tot maat­schap­pe­lij­ke dis­cus­sies lei­den. De ver­plich­te par­ti­ci­pa­tie uit de Omge­vings­wet kan voor meer draag­vlak zorgen.

Gro­te uitdagingen

De groot­ste uit­da­gin­gen van de Omge­vings­wet zit in het juis­te gebruik van de instru­men­ten in de wet. Het gaat om de juis­te bestuur­lij­ke afwe­gin­gen ter rea­li­sa­tie van de ambi­ties. Dat vergt ook een ande­re amb­te­lij­ke en bestuur­lij­ke cul­tuur. Voor­ma­lig minis­ter Schultz zei dat 20% van het suc­ces van de Omge­vings­wet in de regels zit en 80% in de uit­voe­ring. Die ver­an­de­rings­op­ga­ve is enorm, maar wel nood­za­ke­lijk voor het suc­ces van de wet.

Voor de ener­gie­tran­si­tie zijn de groot­ste uit­da­gin­gen het maat­schap­pe­lij­ke draag­vlak, de kos­ten en finan­cie­ring en de gover­nan­ce (de ver­hou­ding tus­sen markt­par­tij­en, net­be­heer­ders, over­he­den en bur­gers). De afwe­gin­gen daar­over zul­len met name op Rijks­ni­veau gemaakt moe­ten wor­den, maar wer­ken door naar gemeen­ten en provincies.

Tijds­pad

De Omge­vings­wet treedt in 2021 in wer­king, maar over­he­den zijn nu al druk bezig met het opstel­len van omge­vings­vi­sies en omge­vings­plan­nen. Ook gemeen­te­lij­ke orga­ni­sa­ties, wet­hou­ders en gemeen­te­ra­den moe­ten klaar zijn om met de Omge­vings­wet te kun­nen wer­ken. Daar­naast moe­ten ook warm­te­tran­si­tie­vi­sies en regi­o­na­le ener­gie­stra­te­gie­ën, inclu­sief con­cre­te uit­voe­rings­plan­nen opge­steld wor­den. Het is nu nog ondui­de­lijk hoe die geïn­te­greerd moe­ten wor­den in de Omgevingswet.

AT Osbor­ne en de Omgevingswet

AT Osbor­ne heeft bij­ge­dra­gen aan de tot­stand­ko­ming van de Omge­vings­wet, van­af het eer­ste plan in 2012. Nog steeds wer­ken wij met het Minis­te­rie van Bin­nen­land­se Zaken mee aan de Omge­vings­wet. Daar­naast hel­pen wij over­he­den met de imple­men­ta­tie van de Omge­vings­wet. Zo heb­ben wij mee­ge­schre­ven aan de staal­kaar­ten ener­gie­tran­si­tie en bui­ten­ste­de­lij­ke gebie­den, die amb­te­na­ren en bestuur­ders een han­de­lings­per­spec­tief biedt om aan de slag te gaan met de ener­gie­tran­si­tie. Ook geven wij samen met KSG trai­nin­gen aan over­he­den, op het gebied van de Omge­vings­wet en de gevol­gen voor de orga­ni­sa­tie. Tot slot hel­pen wij gemeen­ten met het opstel­len van omge­vings­plan­nen en omge­vings­vi­sies. Dat doen wij door over­he­den mee te nemen in het pro­ces van ambi­tie tot het rea­li­se­ren van die ambi­tie door de inzet van de instru­men­ten van de Omgevingswet.