De fysie­ke leef­om­ge­ving gaat beïn­vloed wor­den door de ener­gie­tran­si­tie. Ook bin­nen de omge­vings­plan­nen en ‑visies moet het een plek krij­gen. Ener­gie moet onder­deel wor­den van de alge­me­ne besluit­vor­ming over de fysie­ke leef­om­ge­ving. Maar hoe moet dit in prak­tijk wor­den gebracht? Wordt het een kwes­tie van regels stellen?

Erik Vis­ser is stra­te­gisch advi­seur omge­vings­recht en gespe­ci­a­li­seerd op het ter­rein van de ener­gie­tran­si­tie en duur­za­me gebieds­ont­wik­ke­lin­gen. Zo is hij een van de opstel­lers van de Staal­kaart Ener­gie­tran­si­tie, een hand­rei­king om de opga­ve een plek te geven in het omge­vings­plan. Hij ver­telt over de moge­lijk­he­den die de Omge­vings­wet biedt voor de ener­gie­tran­si­tie en wat over­he­den voor­al niet moe­ten doen. “Het gaat niet om de regels, het gaat echt om het doel dat je wilt berei­ken en wat je daar­voor nodig hebt.”

De prij­zen van ver­schil­len­de duur­za­me ener­gie­op­los­sin­gen lig­gen nu nog vrij hoog. In hoe­ver­re gaat de betaal­baar­heid pro­ble­men opleveren?

“Het begrip ener­gie­ar­moe­de wordt steeds vaker genoemd. De ener­gie­re­ke­ning wordt hoger en het iso­le­ren van een woning kan dui­zen­den euro’s kos­ten. Wie heeft dat? Wie gaat dat beta­len? Gaan we dat maat­schap­pe­lijk over heel Neder­land ver­sprei­den, net als met de netinfrastructuur?

Het gaat zeker een rol spe­len en de vraag is: wat vind je echt belang­rijk? Als je stuurt op kos­ten­ef­fi­ci­ën­tie, kun­nen tech­neu­ten en finan­ci­ë­le experts voor elke wijk in Neder­land wel aan­wij­zen wat de alter­na­tie­ve warm­te-oplos­sing moet wor­den. Maar wil­len de bewo­ners en de bedrij­ven die warm­te-oplos­sing wel? Is de zeg­gen­schap het belang­rijkst, dan zou­den er zomaar meer­de­re oplos­sin­gen in een wijk kun­nen komen. Daar­mee schie­ten de kos­ten natuur­lijk weer omhoog. Ik zou het wen­se­lijk vin­den als de Auto­ri­teit Con­su­ment en Markt bij­voor­beeld een rol krijgt, dat zij warm­te­tran­si­tie­plan­nen toetst op finan­ci­ë­le haal­baar­heid. Om te voor­ko­men dat er aller­lei infra­struc­tu­ren aan­ge­legd moe­ten wor­den die per sal­do veel duur­der zijn dan wan­neer het was afgestemd.”

Het zal toch niet zo zijn dat er aller­lei ver­schil­len­de infra­struc­tu­ren aan­ge­legd worden?

“Nee, ieder­een voelt aan dat dat niet kan. Tege­lij­ker­tijd staat in het Kli­maat­ak­koord dat zeg­gen­schap van bur­gers een belang­rij­ke voor­waar­de is in die besluit­vor­ming. Mis­schien wordt er zoda­nig geka­derd dat er eigen­lijk geen keu­ze meer is. Ik ben heel benieuwd hoe dat wordt uit­ge­legd. Het wordt nog las­tig om een balans te vin­den tus­sen haal­baar­heid, betaal­baar­heid en zeggenschap.”

Hoe kan die zeg­gen­schap vorm gaan krijgen?

“We zien dat men­sen wel wil­len mee­den­ken als er een bewe­ging ont­staat in de wijk. Men wil invloed kun­nen uit­oe­fe­nen op een besluit. Het pro­ces moet dus ook op die basis begin­nen, bewo­ners moe­ten de ruim­te krij­gen om mee te pra­ten. Het bete­kent in ieder geval dat je niet begint met het stel­len van regels. Daar­mee geeft de over­heid eigen­lijk aan: ‘wij weten het beter, ga dit maar gewoon doen’. Dat werkt niet, zeker niet op dit soort onderwerpen.

De gemeen­te wil dat bewo­ners gesti­mu­leerd en gemo­ti­veerd wor­den om iets te gaan doen. Een regel is dan niet de oplos­sing. Dat is geen extra moti­va­tie, het is gewoon een verplichting.

Om draag­vlak te cre­ë­ren, richt je een par­ti­ci­pa­tie­pro­ces in en dat pro­ces ga je faci­li­te­ren. Dus bij­voor­beeld door het orga­ni­se­ren van infor­ma­tie­avon­den en goe­de com­mu­ni­ca­tie tus­sen gemeen­te en bewo­ner. Ook kan er sub­si­die gege­ven wor­den, om maat­re­ge­len finan­ci­eel aan­trek­ke­lij­ker te maken. Zo wor­den doe­len behaald zon­der dat er regels nodig zijn.”

Kun­nen regels dan hele­maal los­ge­la­ten worden?

“Er is wel een span­nings­veld, dat zie je dui­de­lijk bij de wijkaan­pak. Een inte­res­san­te vraag bin­nen de ener­gie­tran­si­tie is hoe je de bestaan­de bouw van het gas af gaat halen. Als je er samen niet uit­komt, dan zal een regel mis­schien wel nood­za­ke­lijk zijn. Want de kos­ten­ef­fi­ci­ën­tie mag je ook niet uit het oog ver­lie­zen, het moet haal­baar en betaal­baar zijn. Stel, een gemeen­te besluit in over­leg met de bewo­ners en bedrij­ven dat een warm­te­net voor een bepaal­de wijk de meest kos­ten­ef­fec­tie­ve oplos­sing is, die ook tech­nisch haal­baar is. Wat doe je dan als twin­tig pro­cent niet mee wil? Ze kun­nen niet aan de gas­aan­slui­ting blij­ven. Dan leg je een regel op. Ik sluit niet uit dat dat soort regels gaan komen.”

Wel­ke moge­lijk­he­den biedt de Omge­vings­wet in dat opzicht

“De instru­men­ten bin­nen de Omge­vings­wet lenen zich goed om de ener­gie­tran­si­tie een plek te geven bin­nen de fysie­ke leef­om­ge­ving. Het is nu vaak zo dat het plan bij gebieds­ont­wik­ke­ling begint met de regels. De Omge­vings­wet wil dat omdraai­en. Ik vind het ook belang­rijk om dat per­spec­tief om te draai­en. Niet wer­ken van­uit taken. Een bestem­mings­plan als taak, een ver­gun­ning ver­le­nen als taak. Nee, je doet het alle­maal voor een bepaald doel.

Dat is met­een de groot­ste opga­ve: dui­de­lijk krij­gen wat je pre­cies wilt. Wat wil je berei­ken in een gebied? Dat kan je ver­wer­ken in een omge­vings­vi­sie. Mis­schien is het doel om kli­maat­neu­traal te wor­den of een cir­cu­lai­re eco­no­mie te bewerk­stel­li­gen. Belang­rijk is dan dat die doe­len wor­den gecon­cre­ti­seerd. Indien nodig door daar regels aan te ver­bin­den. Een manier om die doe­len te con­cre­ti­se­ren is door de omge­vings­dien­sten veel eer­der te betrek­ken. Die weten alles over geluid, geur, stof­hin­der, noem het maar op. Zij leve­ren nu heel sec­to­raal advies op het moment dat er een aan­vraag bin­nen­komt. Maar eigen­lijk moet die infor­ma­tie er al zijn op het moment dat het plan wordt vast­ge­steld, zodat er een totaal­beeld van een gebied is. Dus ook de omge­vings­dien­sten gaan een heel ande­re rol krij­gen, ze zou­den veel meer bij het ont­wik­ke­len van beleid betrok­ken moe­ten wor­den. Dan kom je aan de voor­kant al tot con­cre­te en uit­voer­ba­re doelen.

Pas als je die hebt, kan je het beleid goed laten door­wer­ken in het omge­vings­plan. Ook zul­len uit­voe­ring, toe­zicht, hand­ha­ving en moni­to­ring een­vou­di­ger wor­den. Je kan dan meten of het con­cre­te doel is behaald en zo niet, of dat aan het doel, de regels, of de hand­ha­ving ligt. Dat is het cycli­sche van de Omge­vings­wet: do, plan, check, act.

En ja, de ener­gie­tran­si­tie is een gro­te opga­ve en de Omge­vings­wet is nieuw, maar over­he­den heb­ben een goed ver­trek­punt: we weten in Neder­land heel goed hoe we acti­vi­tei­ten moe­ten regu­le­ren. Dus stel doe­len en bedenk wel­ke acti­vi­tei­ten we moe­ten aan­pas­sen, min­de­ren of ver­meer­de­ren om die doe­len te beha­len. Min­der-uit­stoot­nor­men, een hoge­re ener­gie­pres­ta­tie. Dat kan wor­den opge­no­men in het omgevingsplan.

De vraag blijft wel: hoe gaan we om met het bestaans­recht? Elke acti­vi­teit, elk gebouw heeft bestaan­de rech­ten. Kan je nou zo maar ineens extra ver­plich­tin­gen opleg­gen? Dan zit je met eigen­doms­be­scher­ming, nadeel­com­pen­sa­tie et cete­ra. Dus er moe­ten altijd goe­de afwe­gin­gen gemaakt wor­den, maar in tegen­stel­ling tot het bestem­mings­plan, biedt het omge­vings­plan daar wel de moge­lijk­he­den voor.”

Hoe ver­taalt zich dit naar de Regi­o­na­le Ener­gie Strategieën?

“Een RES is in de kern een aan­bod aan het Rijk: zoveel duur­za­me ener­gie gaan we groot­scha­lig opwek­ken. Dat moet natuur­lijk wel wor­den inge­past in de fysie­ke leef­om­ge­ving – dus een plek krij­gen in de omge­vings­vi­sie. Waar moe­ten wind­mo­lens terecht komen, waar zon­ne­pa­ne­len? Die moe­ten ergens in de ruim­te inge­past wor­den. En omdat func­ties toe­ge­we­zen wor­den aan loca­ties, moe­ten daar regels voor komen. Een RES is alleen rea­lis­tisch als je hebt nage­dacht over de ruim­te­lij­ke inpas­sing. Daar­om is het ook belang­rijk om de instru­men­ten van de Omge­vings­wet te gebruiken.”

Denkt u dat er genoeg (poli­tiek) draag­vlak is voor de energietransitie?

“Natuur­lijk zul­len er altijd men­sen zijn die het niet met de doel­stel­lin­gen eens zijn, maar de basis is goed. We heb­ben ons gecom­mit­teerd aan afspra­ken in Parijs, de Kli­maat­wet is erdoor. We heb­ben afspra­ken gemaakt met gemeen­ten en pro­vin­cies, water­schap­pen, het bedrijfs­le­ven, de ont­wik­ke­len­de par­tij­en. Daar­naast is er een toe­ne­men­de mate van bewust­zijn dat dit belang­rijk is. Je ziet het ook, het aan­tal men­sen dat zon­ne­pa­ne­len neemt stijgt exponentieel.

We heb­ben nu nog aller­lei pilots om wij­ken van het gas af te halen. Er is veel te leren en leren kost tijd. Maar als er een­maal een aan­tal wij­ken van het gas is, wordt er een aan­pak ont­wik­keld en komt het echt op gang. Met wind op zee is dat ook gebeurd. Ik heb des­tijds bij­ge­dra­gen aan die nieu­we wet- en regel­ge­ving en een heel nieuw stel­sel met finan­cie­ring en sub­si­die. Dat loopt nu. Dat heb je in de gebouw­de omge­ving ook nodig.”

Dit inter­view is afkom­stig van Omge­vings­web. Auteur: Hes­ter Sjoer