Op alle sta­ti­ons van de Noord/Zuidlijn han­gen monu­men­ta­le kunst­wer­ken. Er is ruim twee jaar gewerkt aan de uit­voe­ring van deze kunst­wer­ken. Diver­se bouw­pro­jec­ten op zich. Onlangs is het laat­ste kunst­werk offi­ci­eel geo­pend, in sta­ti­on De Pijp. Osbor­ner Gert-Jan Trou­b­orst bege­leid­de het hele pro­ject. Hij ver­telt hoe hij dit pro­ject heeft aan­ge­pakt en waar hij tegen­aan liep. Eer­der ver­tel­de hij over het selec­tie­pro­ces van de kun­ste­naars.

Hoe komt het dat het zo veel werk ople­ver­de? Gert-Jan: “Bij de kunst­wer­ken ging het om ingrij­pen­de toe­voe­gin­gen aan een com­plex pro­ject. De kunst­lo­ca­ties bevin­den zich op pro­mi­nen­te plek­ken in de sta­ti­ons, zijn veel­al meer dan 100 meter breed en geïn­te­greerd in de wan­den of de vloer. Tij­dens de engi­nee­ring door de aan­ne­mer zijn de ver­schil­len­de kun­ste­naars gecon­trac­teerd en gestart met hun ont­wer­pen. Dit had dus de nodi­ge impact op het ont­werp- en uit­voe­rings­pro­ces voor alle partijen.”

Gert-Jan ver­volgt: “Er wer­den enorm veel eisen gesteld aan de aan­ne­mer voor de afbouw. Dat maak­te de zaak extra com­plex. Naast het afbou­wen en instal­le­ren van een aan­tal faci­li­tei­ten, had de aan­ne­mer te maken met aller­lei (brand)veiligheidseisen. Die gol­den dus ook voor de kunst­wer­ken. Con­creet hield dit in dat kun­ste­naars beperkt wer­den in een aan­tal keu­zes. Denk bij­voor­beeld aan de mate­ri­a­len die ze moch­ten gebrui­ken, maar ook bij­voor­beeld aan de wij­ze van beves­ti­gen van onder­de­len en het type verlichting.”

Aan­pak

Het imple­men­te­ren van wij­zi­gin­gen of toe­voe­gin­gen komt natuur­lijk vaker voor in pro­jec­ten. Al is het maar om de laat­ste stand van de tech­niek of nade­re eis van de gebrui­ker mee te nemen in het pro­ject. Maar de com­plexi­teit en de nood­zaak van een zorg­vul­dig aan­pak wordt nog­al eens onder­schat. Ener­zijds ont­kom je niet aan afstem­ming met gecon­trac­teer­de par­tij­en en wil je gebruik maken van elkaars ken­nis, ander­zijds wil je het ont­werp- en uit­voe­rings­pro­ces zo min moge­lijk verstoren.

Bij alle sta­ti­ons is gezocht naar een beheerste imple­men­ta­tie. Per sta­ti­on en per fase is geke­ken in wel­ke mate de ont­werp- en uit­voe­rings­pro­ces­sen bij par­tij­en kon­den wor­den geïn­te­greerd, om het opti­ma­le resul­taat te berei­ken (zie afbeel­ding). Elk kunst­werk heeft zo zijn eigen pro­ces doorlopen.

Ont­werp- en uit­voe­rings­pro­ces­sen integreren

Waar liep je tegenaan?

Hoe­wel alle gese­lec­teer­de kun­ste­naars hun spo­ren heb­ben ver­diend op het gebied van het rea­li­se­ren van kunst in de open­ba­re ruim­te, ging de één mak­ke­lij­ker om met eisen en ver­an­de­rin­gen die bij het bou­wen komen kij­ken dan de ander. Gert-Jan: “Je merkt dat er enor­me cul­tuur­ver­schil­len zijn tus­sen de bouw­we­reld en de wereld van de kun­ste­naars. Ter­wijl de kun­ste­naar gewend is om iets unieks neer te zet­ten, is de aan­ne­mer voor­al bezig met indu­stri­ë­le, repe­te­ren­de pro­duc­tie. De kun­ste­naar werkt van­uit een artis­tie­ke vrij­heid, ter­wijl de aan­ne­mer bouwt wat in het ont­werp staat. Het was mijn taak om die ver­schil­len zo veel moge­lijk te over­brug­gen en over en weer de ver­taal­slag te maken wan­neer het gaat om het afma­ken van de sta­ti­ons en een zorg­vul­di­ge rea­li­sa­tie van de kunstwerken.”

Con­creet bete­ken­de dit dat Gert-Jan, in elke fase van het afbouw­pro­ces waar die de kunst­wer­ken raak­te, ervoor zorg­de dat de betrok­ken par­tij­en bij elkaar aan tafel kwa­men te zit­ten. “Waar nodig bemid­del­de ik, maar ik zorg­de er voor­al voor dat er geen ruis was op de com­mu­ni­ca­tie­lij­nen. Ik leg­de dan uit aan de aan­ne­mer wat de kun­ste­naar pre­cies wil­de of welk effect hij nastreef­de, en aan de kun­ste­naar leg­de ik uit waar­om de aan­ne­mer bepaal­de eisen stel­de of een streep moest halen door een mooi idee. Ik wil­de berei­ken dat bei­de par­tij­en samen naar een oplos­sing zoch­ten voor de dilemma’s die ze tegen­kwa­men. Dat ze samen naar het eind­pro­duct toe­werk­ten: een mooi én een vei­lig station.”

Het was mijn taak om die ver­schil­len zo veel moge­lijk te over­brug­gen en over en weer de ver­taal­slag te maken wan­neer het gaat om het afma­ken van de sta­ti­ons en een zorg­vul­di­ge rea­li­sa­tie van de kunstwerken.

Het eind­re­sul­taat

Door de inten­sie­ve samen­wer­king is er weder­zijds res­pect ont­staan over de geza­men­lijk gele­ver­de kwa­li­teit en daar­mee het eind­pro­duct. Ieder­een is met recht trots op het eind­re­sul­taat, die de moei­te van een bezoek­je zeker waard is.