AT Osbor­ne kijkt met trots terug op haar bij­dra­ge aan de nieu­we metro­lijn. De Noord/Zuidlijn ver­bindt van­af 22 juli 2018 Amster­dam Noord met sta­ti­on Zuid via de Amster­dam­se bin­nen­stad. De bevol­king heeft 15 jaar geduld moe­ten heb­ben, maar het resul­taat is het wach­ten zeker waard geweest. De metro­lijn maakt de stad niet alleen veel beter bereik­baar, maar is voor de rei­zi­gers ook een nieuw muse­um, waar­in Amster­dam­se his­to­rie en cul­tuur in ten­toon­ge­steld wordt. Zo is er onder ande­re een por­tret van Ram­ses Shaf­fy te bewon­de­ren op sta­ti­on Vij­zel­gracht en zijn er 10.000 arche­o­lo­gi­sche vond­sten ten­toon­ge­steld op sta­ti­on Rokin.

Onze betrok­ken­heid
AT Osbor­ne raak­te al 1997 betrok­ken bij dit spraak­ma­ken­de pro­ject, door het geven van orga­ni­sa­tie­ad­vies.  Van­af 2005 heb­ben ver­schil­len­de collega’s func­ties bin­nen de pro­ject­or­ga­ni­sa­tie bekleed. De betrok­ken­heid van AT Osbor­ne inten­si­veer­de in 2008. Onze toen­ma­li­ge col­le­ga Peter Dijk werd toen aan­ge­steld als pro­ject­di­rec­teur. Een woe­li­ge peri­o­de, want daags na zijn aan­stel­ling ver­zak­te voor de twee­de maal hui­zen aan de Vij­zel­gracht. Het resul­teer­de in de stil­leg­ging, het aftre­den van wet­hou­der Her­re­ma en de instel­ling van de com­mis­sie Veer­man. Een stra­te­gi­sche her­o­ri­ën­te­ring volg­de en de sco­pe van het pro­ject werd uit­ge­breid van aan­leg van infra­struc­tuur naar de ople­ve­ring van een wer­kend vervoersysteem.

Een pas­sen­de stra­te­gie
De ver­bin­ding met de Amster­dam­se bevol­king moest inten­sie­ver. Dit vroeg om een ver­an­de­ring van de cul­tuur bin­nen het pro­ject en nadruk­ke­lij­ke stu­ring op repu­ta­tie van de pro­ject­or­ga­ni­sa­tie. Tra­jec­ten waar­van de com­plexi­teit zit in de imple­men­ta­tie. Oude gedrags­pa­tro­nen moesten wor­den door­bro­ken. Dit vroeg ook om inten­sie­ve­re samen­wer­king met opdracht­ne­mers. Zeker in de bin­nen­stad, waar inmid­dels collega’s Bas­ti­aan Som­me­ling, Joost Bel­jon, Pel­le de Wit onder lei­ding van col­le­ga Gerard Schef­frahn werk­te aan de ruw­bouw van de sta­ti­ons De Pijp, Vij­zel­gracht en Rokin.

Zoe­ken naar tegen­spraak
AT Osbor­ne is van­af 2007 betrok­ken geweest bij de orga­ni­sa­tie­ont­wik­ke­ling van de Noord/Zuidlijn. Eerst in 2007 bij de reor­ga­ni­sa­tie van Pro­ject­bu­reau naar Pro­ject­or­ga­ni­sa­tie. Daar­naast heeft zij de afde­ling Kwa­li­teit & Orga­ni­sa­tie en de afde­ling pro­ject­be­heer­sing opge­zet en bemenst. Hier werk­ten collega’s Pau Lian Staal-Ong, Eddy Wes­ter­veld en Frank Jacob­sen aan de ont­wik­ke­ling en imple­men­ta­tie van een kwa­li­teits­sys­teem voor de pro­ject­or­ga­ni­sa­tie. Hier­mee werd de werk­wij­ze van de orga­ni­sa­tie duur­zaam vast­ge­legd. Van­uit de afde­ling K&O werd daar­naast ook het audit­pro­gram­ma uit­ge­voerd, met als doel om poten­tie­le orga­ni­sa­tie­ver­be­te­rin­gen te iden­ti­fi­ce­ren. Eén van de geleer­de les­sen was immers: zoek naar tegenspraak.

Civie­le hoog­te­pun­ten
In de loop van de jaren keer­de de rust bin­nen het pro­ject terug. De tun­nel was zon­der gro­te pro­ble­men onder de Amster­dam­se bin­nen­stad geboord. Op indruk­wek­ken­de wij­ze wer­den tun­nel­ele­men­ten onder het IJ en Amster­dam Cen­traal afge­zon­ken. Het ver­trou­wen in de pro­ject­or­ga­ni­sa­tie nam toe en de prog­no­ses ble­ven bin­nen het her­ijk­te budget.

Afbouw en com­mis­si­o­ning
In 2011 start­te de afbouw­fa­se. Geleerd van de ruw­bouw­fa­se waren 7 D&C / DCM con­trac­ten opge­steld en in de peri­o­de 2011 – 2014 aan­be­steed. Deze fase bleek nieu­we uit­da­gin­gen te bevat­ten. Het komen tot een inte­graal wer­kend sys­teem bleek een com­plexe opga­ve. Een opga­ve waar­in collega’s Timon Brug­ge­ma, Eddy Wes­ter­veld, Pel­le de Wit, Brent Ele­mans, Anne Bee­k­ers, Marie­ke Hiet­brink, Jack Rou­wen­daal, Gert-Jan Trouw­borst, Paul Brink­man, Eel­co Sneep en Gerard Schef­frahn hun tan­den heb­ben gezet. In rol­len vari­ë­rend van bege­lei­ding van de kun­ste­naars, con­tract­ma­na­ge­ment, advi­seur sys­teem­in­te­gra­tie tot aan direc­teur uitvoering.

“De uit­da­gin­gen in dit pro­ject waren per fase heel verschillend.”

Trots op onze bij­dra­ge
“De uit­da­gin­gen in dit pro­ject waren per fase heel ver­schil­lend,” zegt Gerard Schef­frahn, voor­ma­lig con­tract­ma­na­ger Die­pe Sta­ti­ons, Direc­teur Uit­voe­ring en Pro­gram­ma­ma­na­ger imple­men­ta­tie. “Tij­dens de ruw­bouw lag de nadruk op het mana­ge­ment van de risico’s die gepaard gaan met het maken van bouw­wer­ken tot 30 meter diep in de bin­nen­stad van Amster­dam én op het win­nen van het ver­trou­wen in de omge­ving. Tij­dens de boven­bouw ston­den we voor de opga­ve om 4 aan­ne­mers inten­sief met elkaar te laten samen­wer­ken. We heb­ben tij­dens de uit­voe­ring een aan­pak ont­wik­keld, waar­in geza­men­lijk leren cen­traal stond. Geza­men­lij­ke bonus­sen zorg­den ervoor dat we ook in moei­lij­ke tij­den alig­ned ble­ven. Een aan­pak die uit­ste­kend heeft gewerkt. Na deze fase werd ik medio 2017 gevraagd om bij de toe­kom­sti­ge exploi­tant GVB de laat­ste fase van imple­men­ta­tie te lei­den. Hier­voor moest ik een ande­re bril opzet­ten om naar mijn eigen werk te kij­ken. Heel leer­zaam,” aldus Scheffrahn.

Ook Pel­le de Wit, mana­ger com­mis­si­o­ning, kijkt met vol­doe­ning terug: “in de geza­men­lij­ke aan­pak die we met de opdracht­ne­mers bedach­ten, kreeg het Tun­nel Coör­di­na­tie Cen­trum (TCC) een cen­tra­le plaats. Het TCC coör­di­neer­de werk­zaam­he­den, zag toe op de vei­lig­heid en regel­de het beheer en onder­houd. Het groei­de uit van een aan­tal men­sen tot uit­ein­de­lijk 80 man, van­uit alle betrok­ken orga­ni­sa­ties. Het was voor mij een eer om deze orga­ni­sa­tie te mogen leiden”.

Relea­sema­na­ger Jack Rou­wen­daal: “als relea­sema­na­ger kon ik me con­cen­tre­ren op het halen van een spe­ci­fie­ke mijl­paal. Mijn team bestond uit mede­wer­kers van opdracht­ge­vers- en opdracht­ne­mers­zij­de. Wat ik aan mijn taak aan­trek­ke­lijk vond, is dat ik zowel mijn con­cep­tu­e­le capa­ci­tei­ten als mijn prak­tisch inslag goed kon gebruiken.”

Fei­ten en cijfers

De rou­te
Met de komst van de Noord/Zuidlijn kun­nen rei­zi­gers in 16 minu­ten van Amster­dam Noord naar Sta­ti­on Zuid rei­zen. Zij hoe­ven niet lang te wach­ten: elke zes minu­ten rijdt er een metro. De gemid­del­de snel­heid is 37 kilo­me­ter per uur, inclu­sief stop­pen, in- en uit­stap­pen. De maxi­mum snel­heid op het tra­ject is 80 kilo­me­ter per uur. Ter ver­ge­lij­king: de tram in Amster­dam rijdt met een gemid­del­de snel­heid van 12 km/uur door de binnenstad.

De metro’s en de sta­ti­ons
De metro’s die rij­den, zijn de hoog­ste ter wereld (230 cen­ti­me­ter hoog) en zijn 116 meter lang. Het zijn de eer­ste metro’s van Euro­pa die vol­le­dig zijn voor­zien van led­ver­lich­ting. Er is ruim­te voor onge­veer 960 pas­sa­giers. Er zijn 24 hoge dub­be­le deu­ren (208cm) per zij­de. Geen enke­le metro of trein in Neder­land kent zoveel deuren.

Op alle nieu­we sta­ti­ons van de Noord/Zuidlijn zijn monu­men­ta­le kunst­wer­ken geplaatst. Uit­gangs­punt was kunst die inspi­reert, een reac­tie teweeg­brengt en waar Amster­dam­mers een goed gevoel bij krijgen.

De bouw

  • In totaal is er 1.508.920 ton (ander­half mil­jard kilo) beton gebruikt voor de Noord/Zuidlijn, gelijk aan het gewicht van 207 Eif­fel­to­rens of 29 Titanics;
  • Er is 119.626.655 kilo staal gebruikt, het gewicht van 16 Eif­fel­to­rens of 2 Titanics;
  • Er zijn 92 Rol­trap­pen, 4 rol­pa­den, 27 liften;
  • Er zijn 4 tun­nels afge­zon­ken, drie in het IJ van elk 141 meter lang, één onder Amster­dam Cen­traal van 136 meter lang;
  • De tun­nel onder het Amster­dam Cen­traal is de eer­ste tun­nel ter wereld die onder een gebouw is afgezonken;
  • Het diep­ste punt van de geboor­de tun­nel ligt onder de munt­brug, bij­na 34 meter diep;
  • Het diep­ste con­struc­tie­punt betrof het boren van de nieu­we fun­de­rings­pa­len onder Amster­dam Cen­traal met een diep­te van 61 meter onder NAP.