Neder­land is in de ban van PFAS. Door­dat deze gif­ti­ge stof­fen in heel Neder­land in de bodem zijn gevon­den, zijn veel bag­ger­werk­zaam­he­den opge­schort. Hier­door ont­staan pro­ble­men in de water­huis­hou­ding en lig­gen dijk­ver­ster­kin­gen en bouw­pro­jec­ten stil. Dit ten gevol­ge van nieu­we regels voor de che­mi­sche PFAS-stof­fen, waar­door slechts 0,1 micro­gram PFAS in een kilo ver­plaatste grond mag zit­ten. Sinds eind novem­ber is de norm ver­soe­peld naar 0,8 micro­gram PFAS per kilo ver­plaatste grond, waar­door de mees­te bouw- en bag­ger­werk­zaam­he­den weer kun­nen opstar­ten. De acu­te pro­ble­men zijn daar­mee gro­ten­deels ver­dwe­nen. Ech­ter, PFAS blijft onver­min­derd een risi­co voor mens en mili­eu, omdat de scha­de­lijk­heid van deze stof nog onvol­doen­de in beeld is.

PFAS

PFAS staat voor Poly- en per­flu­o­ral­kyl­stof­fen. Dit is een ver­za­mel­naam voor ruim 6.000 stof­fen waar­on­der stof­fen als per­flu­oroc­taan­zuur (PFOA), per­flu­oroc­taan­sul­fo­naat (PFOS) en HFPO-DA (GenX). Van­we­ge hun brand­we­ren­de en vuil- en water­af­sto­ten­de eigen­schap­pen wor­den deze stof­fen al decen­nia veel­vul­dig gepro­du­ceerd, gebruikt en toe­ge­past. Helaas vor­men PFAS een pro­bleem voor het mili­eu. Ze zijn nau­we­lijks bio­lo­gisch afbreek­baar en som­mi­ge stof­fen zijn toxisch. De effec­ten voor mens en mili­eu zijn boven­dien nog lang niet altijd dui­de­lijk. Om deze reden val­len de PFAS onder de zoge­naam­de ‘Opko­men­de Stof­fen’. Opko­men­de stof­fen zijn niet (wet­te­lijk) genor­meer­de stof­fen, waar­van de scha­de­lijk­heid nog niet (vol­le­dig) is vastgesteld.

Micro­ver­ont­rei­ni­gin­gen in het milieu

Water­be­heer­ders (Rijks­wa­ter­staat, water­schap­pen, pro­vin­cies en gemeen­ten) zijn al decen­nia bezig met het water­kwa­li­teits­be­heer in Neder­land. Sinds de Wet Ver­ont­rei­ni­ging Opper­vlak­te­wa­ter (jaren ‘70 vori­ge eeuw) is de che­mi­sche en eco­lo­gi­sche kwa­li­teit van het opper­vlak­te­wa­ter enorm toe­ge­no­men, door in te zet­te op het weren en zui­ve­ren van min of meer beken­de che­mi­sche stof­fen (onder meer nitraat en fosfaat).

Momen­teel wor­ste­len de water­be­heer­ders met het dos­sier van micro­ver­ont­rei­ni­gin­gen. Dit betreft meer dan alleen de opko­men­de stof­fen. Ook zaken als medi­cijn­res­ten en micro­plas­tics vra­gen extra aan­dacht. Niet alleen omdat ze min­der bekend zijn in vóór­ko­men en toxi­ci­teit, maar ook omdat ze min­der een­vou­dig uit het water te weren zijn.

Aan­dacht voor handelingsperspectief

Micro­ver­ont­rei­ni­gin­gen vra­gen aan­dacht van water­be­heer­ders. Niet alleen om door te kun­nen gaan met bag­ge­ren, maar ook om goe­de invul­ling te geven aan hun ver­ant­woor­de­lijk­heid voor het zui­ve­ren van afval­wa­ter en het beheer van opper­vlak­te­wa­ter. Dit zodat Neder­land ook in de toe­komst beschik­king heeft over vol­doen­de schoon water en een scho­ne bodem. AT Osbor­ne draagt sinds een paar jaar bij aan dit dossier.

Betrok­ken­heid AT Osborne

Zo is AT Osbor­ne betrok­ken bij het dos­sier ‘Opko­men­de Stof­fen’ in water. De lan­de­lij­ke werk­groep Aan­pak Opko­men­de Stof­fen vroeg AT Osbor­ne met hen een gestruc­tu­reerd en hel­der werk­plan voor het jaar 2018 op te stel­len. De lan­de­lij­ke werk­groep heeft als taak om samen met alle betrok­ke­nen richt­lij­nen voor moge­lij­ke maat­re­ge­len op te stel­len op basis van ont­wik­ke­ling van ken­nis en nader onderzoek.

Met behulp van inter­views en werk­ses­sies zijn we geko­men tot een struc­tuur waar­bij de gro­te hoe­veel­heid infor­ma­tie en onze­ker­he­den omtrent de stof­fen, op een goe­de wij­ze navol­ging krijgt bin­nen de werk­groe­pen en de hier­on­der val­len­de the­ma­groe­pen drink­wa­ter, grond­wa­ter en opper­vlak­te­wa­ter. Wij zijn ver­vol­gens gevraagd om de werk­groep blij­vend te onder­steu­nen. Deze onder­steu­ning ver­le­nen wij nog steeds.

Water­be­heer­ders

AT Osbor­ne is ook betrok­ken bij de vraag­stuk­ken van de water­be­heer­ders. Water­be­heer­ders zien zich in toe­ne­men­de mate – van­uit hun rol als bevoegd gezag of uit­voer­der – gecon­fron­teerd met micro­ver­ont­rei­ni­gin­gen die aan­dacht vra­gen in het water­kwa­li­teits­be­heer. Dit betreft opko­men­de stof­fen, medi­cijn­res­ten en micro­plas­tics. Voor het Hoog­heem­raad­schap van Del­f­land ont­wik­ke­len wij daar­om een stra­te­gie micro­ver­ont­rei­ni­gin­gen. Hoe moet Del­f­land omgaan met deze stof­fen en welk han­de­lings­per­spec­tief heb­ben ze daar­bij? Daar­bij wer­ken wij van­uit de ambi­tie (wat wil­len we?), via stra­te­gie (wat kun­nen we?) naar daad­wer­ke­lij­ke maat­re­ge­len (wat doen we?). De eer­ste fase van de stra­te­gie­ont­wik­ke­ling, de ver­ken­ning, heb­ben wij samen met het Hoog­heem­raad­schap recent afgerond.

Omdat AT Osbor­ne balan­ceert op de lijn tus­sen inhou­de­lij­ke ken­nis en ken­nis van orga­ni­sa­tie en stra­te­gie, bie­den wij een spe­ci­fie­ke meer­waar­de. Het ont­wik­ke­len van een stra­te­gie of werk­plan kan niet uit­ge­voerd wor­den zon­der eni­ge inhou­de­lijk gevoel voor de mate­rie. Ken­mer­kend aan de vraag­stuk­ken die op dit moment bij water­be­heer­ders spe­len, is dat het in de kern gaat om een ver­be­te­rings­slag in de ope­ra­ti­o­ne­le uit­voe­ring van het water­kwa­li­teits­be­heer. Het gaat vaak om een orga­ni­sa­to­risch en stra­te­gisch vraag­stuk bin­nen een inhou­de­lijk gedre­ven omge­ving. Dat is met uit­stek de are­na waar­in wij als AT Osbor­ne ons thuis voelen.