De Regi­o­na­le Instel­lin­gen voor Beschermd Wonen zul­len een nieu­we visie en ambi­tie voor het bie­den van inclu­sie­ve zorg moe­ten ont­wik­ke­len. Men­sen een plek geven in een inclu­sie­ve samen­le­ving, ook als zij soci­a­le, psy­chi­sche of psy­chi­a­tri­sche pro­ble­men heb­ben, dat klinkt logisch en zelfs eenvoudig.

Maar op het snij­vlak tus­sen Wlz en Wmo is dat mak­ke­lij­ker gezegd dan gedaan, zo bleek onlangs tij­dens een bij­een­komst voor pro­fes­si­o­nals van de 22 RIBW’s in Neder­land, ver­e­nigd in de RIBW Alli­an­tie. Dat kan alleen met ande­re part­ners. “Samen soep koken”, noem­de Erik Dan­nen­berg, voor­zit­ter van de advies­com­mis­sie Toe­komst Beschermd Wonen dat. Maar daar heb je de juis­te ingre­di­ën­ten voor nodig. De Wijk Moni­tor is één daarvan.

Om men­sen in hun thuisom­ge­ving te kun­nen huis­ves­ten, heb­ben RIBW’s aan de eigen exper­ti­se op het gebied van onder­steu­ning en zorg niet genoeg. Zij heb­ben een breed lokaal net­werk nodig waar­in wordt samen­ge­werkt met ande­re zorg­aan­bie­ders, man­tel­zor­gers of thuis­zor­gor­ga­ni­sa­ties. In dat net­werk zou­den ook min­der voor de hand lig­gen­de part­ners kun­nen zit­ten, zoals een aan­ne­mer die aan­pas­sin­gen aan een woning kan doen, een werk­ge­ver, een bood­schap­pen­be­zor­ger of heel gewoon iemand die toe­val­lig om de hoek woont.

Om de juis­te plek voor een beschut wonen loca­tie te kun­nen bepa­len, moet dui­de­lijk zijn in wel­ke buur­ten zul­ke zorg­part­ners zit­ten. Want daar kun­nen men­sen met psy­chi­sche en psy­chi­a­tri­sche pro­ble­men het bes­te opge­van­gen wor­den. De Wijk Moni­tor van AT Osbor­ne maakt het moge­lijk om hier­van een inschat­ting te maken, leg­de seni­or advi­seur Michel van Rooi­j­en tij­dens de RIBW-bij­een­komst in Het Koets­huis van het hoofd­kan­toor van AT Osbor­ne in Baarn, uit.

Beleid

“Een buurt of wijk moet bij­voor­beeld vol­doen­de zorg­vo­lu­me heb­ben om er men­sen zelf­stan­dig te kun­nen laten wonen. De Wijk Moni­tor kan dat op basis van een data-ana­ly­se inzich­te­lijk maken”, zegt Van Rooi­j­en. Met de resul­ta­ten is een ‘short­list’ te maken van wij­ken die wat betreft zorg­aan­bod, voor­zie­nin­gen en demo­gra­fie aan­slui­ten bij de cli­ënt. Maar niet alle wij­ken zijn een ide­a­le woon­om­ge­ving voor kwets­ba­re men­sen. Er moet bij­voor­beeld vol­doen­de draag­kracht en dyna­miek zijn. Een RIBW zou er op basis van de ana­ly­se van de Wijk Moni­tor bij­voor­beeld voor kun­nen kie­zen om een wijk, waar zich een sta­pe­ling van soci­a­le pro­ble­men voor­doet, van de voor­keurs­lijst te halen.

Michel van Rooi­j­en: “De Wijk Moni­tor, die ver­schil­len­de data­sets over elkaar heen legt, is niet alleen nut­tig bij de uit­voe­ring van beleid. Het kan ook een hele han­di­ge tool zijn bij de ont­wik­ke­ling van nieuw beleid. In de prak­tijk zie je dat bestuur­ders zich hier­bij vaak op eigen loka­le ken­nis en net­wer­ken base­ren. Dat is natuur­lijk heel goed. Maar com­bi­neer je die exper­ti­se met de op basis van de Wijk Moni­tor ver­kre­gen inzich­ten, dan kun­nen visie en beleid nog beter wor­den afge­stemd op de omstan­dig­he­den ter plaatse.”