‘We moe­ten inte­graal wer­ken’ en ‘We wil­len van een hou­ding van ‘nee, ten­zij’ naar een hou­ding van ‘ja, mits’. Hoort of ziet u deze uit­spra­ken ook gere­geld in een over­leg­ruim­te, bij de kof­fie­au­to­maat of in beleids­stuk­ken, als het over de Omge­vings­wet gaat? En weet u dan met­een wat u te doen staat? Roel Sil­le­vis Smitt ver­won­dert zich over het gemak waar­mee we der­ge­lij­ke stel­lin­gen pone­ren en vraagt zich af of we wel alle­maal het­zelf­de bedoe­len. Hij sprak erover met ver­schil­len­de beroeps­ma­tig betrok­ke­nen. In een eer­der arti­kel (‘Het gaat om de manier van wer­ken, niet zozeer om de uit­komst’, ROm 10, okto­ber 2019) besprak hij het woord ‘inte­graal’ en de ver­schil­len­de invul­lin­gen die de prak­tijk aan dit woord kan geven. In deze afle­ve­ring buigt hij zich over ‘ja, mits’, wat we daar pre­cies mee bedoe­len en of dat – net als inte­graal wer­ken – meer een werk­wij­ze van men­sen is dan de inhoud van een regel.

Een boom mag gekapt wor­den mits dat bui­ten het broed­sei­zoen gebeurt (‘ja, mits’). Een boom mag niet gekapt wor­den ten­zij dat bui­ten het broed­sei­zoen gebeurt (‘nee, ten­zij’). Twee anders­lui­den­de regels met het­zelf­de resul­taat: bomen kap­pen bui­ten het broed­sei­zoen. Het maakt voor het resul­taat niet uit of een over­heid een regel stelt dat een ini­ti­a­tief toe­ge­staan is, mits aan bepaal­de voor­waar­den vol­daan wordt, of dat de regel luidt dat iets niet mag, ten­zij aan die voor­waar­den wordt vol­daan. Dat is ook één van de gemeen­schap­pe­lij­ke con­clu­sies van mijn gespreks­part­ners. Daan Kors­se, advo­caat bij Van der Feltz advo­ca­ten, zegt het als volgt: ‘In juri­di­sche zin kun je geen schei­ding aan­bren­gen tus­sen ‘ja, mits’ en ‘nee, ten­zij’.’ Wat is dan wel het onder­schei­den­de van ‘ja, mits’? Ik kwam met mijn gespreks­part­ners con­creet op twee inter­pre­ta­ties van de term.

Hel­pen van initiatiefnemers

Veel voor­ko­men­de asso­ci­a­ties van mijn gespreks­part­ners met de term ‘ja, mits’ zijn open grond­hou­ding, faci­li­te­ren en mee­den­ken. Dat lij­ken woor­den die gaan over het con­tact met ini­ti­a­tief­ne­mers. Paul Pest­man, pro­ject­lei­der Omge­vings­wet bij het Minis­te­rie van Bin­nen­land­se Zaken en Konink­rijks­re­la­ties, stelt: ‘Het is meer een hou­ding dan een regel.’ Als een bewo­ner met een idee komt om in een bepaald gebied een wind­park te rea­li­se­ren, dan kun­nen amb­te­na­ren gaan mee­den­ken op wel­ke plek­ken dat het bes­te kan, bij­voor­beeld van­we­ge natuur­re­gel­ge­ving of van­we­ge de bescher­ming van nabij­ge­le­gen wonin­gen. Of ze kun­nen hel­pen om belang­heb­ben­den in een voor­fa­se te iden­ti­fi­ce­ren en te betrek­ken, zodat even­tu­e­le bezwa­ren zo vroeg moge­lijk op tafel komen. Pest­man: ‘Trek een col­le­ga van een ande­re afde­ling erbij, of het water­schap. Dat kun je niet in een regel van­gen.’ In deze bete­ke­nis­sen gaat ‘ja, mits’ dus voor­al om het hel­pen rea­li­se­ren van ini­ti­a­tie­ven en het ver­le­nen van ver­gun­nin­gen. Ik denk dat we deze bete­ke­nis van de term in de prak­tijk meest­al bedoelen.

‘Je vraagt iets van de samen­le­ving, dus dan moet je een open hou­ding heb­ben bij initiatieven’

Karin Nom­den en Kit­ty Hen­der­son van Gemeen­te Schou­wen-Dui­ve­land geven aan dat ze ‘ja, mits’ een logi­sche hou­ding voor een over­heid vin­den. Een over­heid weet en kan niet alles, maar heeft de samen­le­ving nodig om ambi­ties te rea­li­se­ren. Nom­den: ‘Als je als gemeen­te zegt dat een aan­tal din­gen belang­rijk is en dat je een aan­tal doe­len wilt rea­li­se­ren, maar tege­lij­ker­tijd toe­geeft dat je dat niet alleen kunt rea­li­se­ren, dan past daar geen ‘nee, tenzij’-houding bij. Je vraagt iets van de samen­le­ving, dus dan moet je een open hou­ding heb­ben bij ini­ti­a­tie­ven. Dat kan niet anders. Anders komt er ook nie­mand meer!’

De Omge­vings­wet sti­mu­leert deze hou­ding van over­he­den, maar dwingt die niet af. Daan Kors­se: ‘Dit ver­an­dert de Omge­vings­wet op zich­zelf niet. Daar moet in de prak­tijk echt werk van wor­den gemaakt.’ Dit wordt door de ande­re gespreks­part­ners her­kend. De regels van de Omge­vings­wet bie­den over­he­den wel de ruim­te om die hou­ding aan te nemen. Nico­le Fik­ke trekt een mooie ver­ge­lij­king tus­sen die hou­ding van over­he­den met de afwe­gings­ruim­te die de Omge­vings­wet biedt: ‘Het zit in het door­ge­ven van ruim­te om afwe­gin­gen te maken. Die geven we als het Rijk aan decen­tra­le over­he­den, maar we ver­wach­ten dan wel van ande­re over­he­den dat zij die ruim­te ook aan bur­gers geven.’ Advi­seur Erik Vis­ser (AT Osbor­ne) stelt dat amb­te­na­ren dan wel op een nieu­we manier moe­ten dur­ven den­ken en han­de­len. Ze moe­ten niet alleen op een juri­di­sche manier naar besluit­vor­ming kij­ken, met het afvin­ken van ver­eis­ten. Ze moe­ten ook cre­a­tief zijn en kij­ken hoe een ini­ti­a­tief of opga­ve is te rea­li­se­ren. ‘Ja, mits’ gaat al met al om het hel­pen van de samen­le­ving met het rea­li­se­ren van haar plannen.

Com­bi­ne­ren van beleidsbelangen

Mijn gespreks­part­ners inter­pre­te­ren de term alle­maal ook nog op een meer beleids­ma­ti­ge manier. Dan kij­ken ze niet naar de hou­ding bij ini­ti­a­tie­ven, maar naar vor­men van beleid en de uit­wer­king daar­van in nor­men. Ook daar­in kan een over­heid een hou­ding van ‘ja, mits’ aan­ne­men. Over­he­den zijn er dan op gericht om ini­ti­a­tie­ven moge­lijk te maken door niet al te gede­tail­leer­de regels te for­mu­le­ren, om belan­gen te bescher­men (zoals van het mili­eu en van bewo­ners) én om opga­ven te rea­li­se­ren. Erik Vis­ser: ‘Richt je de regels pri­mair bescher­mend in en ver­bied je aller­lei zaken, of begin je bij de opga­ve en kijk je dan wat nodig is om die te rea­li­se­ren en tege­lij­ker­tijd een gebied te bescher­men. Dan kom je vaak op veel meer moge­lijk­he­den.’ In het een­vou­di­ge voor­beeld van bomen bescher­men: wordt de uit­ein­de­lij­ke regel ‘geen boom mag gekapt wor­den’, of wor­den voor­waar­den aan deze regel toe­ge­voegd waar­door toch een woning gebouwd kan wor­den op de plek van een boom?

“Belan­gen bescher­men én opga­ven rea­li­se­ren, het kán”

Ik zie ‘ja, mits’ in deze bete­ke­nis als de brug tus­sen con­flic­te­ren­de belan­gen. Van­uit het ene belang (vogels bescher­men) zou een regel kap­pen kun­nen ver­bie­den, maar van­uit een ander belang (een woning bou­wen) is het gewenst dat er toch wordt gekapt. Dan kan een over­heid gaan kij­ken of dat is te com­bi­ne­ren, bij­voor­beeld door te sti­mu­le­ren dat het kap­pen bui­ten het broed­sei­zoen gebeurt. Het resul­taat: vogels beschermd, boom gekapt en ruim­te voor een woning. Een hou­ding van ‘ja, mits’ bij het vor­men van beleid en regels sti­mu­leert over­he­den om dat soort com­bi­na­ties van bescher­men en benut­ten van de leef­om­ge­ving te zoeken.

‘Ja, mits … en bovendien?’

Het ver­schil tus­sen ‘nee, ten­zij’ en ‘ja, mits’ zal je dus niet zo snel in een indi­vi­du­e­le regel of ver­gun­ning zien, maar wel in het pro­ces daar naar­toe: het pro­ces van beleids­vor­ming én beoor­de­ling van aan­vra­gen waar­in over­heid en markt elkaar hel­pen om kan­sen te pakken.

In de gesprek­ken kwam het niet expli­ciet aan bod, maar vaak zie ik in de prak­tijk dat over­he­den nog een stap­je ver­der dur­ven te gaan dan het hel­pen van een ini­ti­a­tief­ne­mer. Als iemand bij­voor­beeld een school wil reno­ve­ren, dan moet hij zich aan regels hou­den. De over­heid kan dan mee­den­ken hoe dit het bes­te kan (‘ja, mits’). Kop­pelt een over­heid aan het toe­staan van het ini­ti­a­tief bij­voor­beeld met­een het rea­li­se­ren van een deel van haar eigen duur­zaam­heids­op­ga­ve, dan ont­staat een kans om eigen beleid te rea­li­se­ren. Mis­schien kan de school wel door extra inves­te­rin­gen van over­heids­zij­de kli­maat­neu­traal wor­den, of kun­nen groen­voor­zie­nin­gen wor­den aan­ge­legd. We gaan nog voor inwer­king­tre­ding van de Omge­vings­wet vaak al veel ver­der dan ‘ja, mits’. Op naar ‘ja, mits… en bovendien’?

In dit twee­luik heb ik niet wil­len beto­gen dat men­sen ter­men als ‘inte­graal’ en ‘ja, mits’ niet meer zou­den moe­ten gebrui­ken. Ik betrap me er zelf ook wel­eens op dat ik die woor­den gebruik. Is dat erg? Ik denk het niet. Ster­ker nog, het is heel fijn en effi­ci­ënt om af en toe dat soort con­tai­ner­be­grip­pen te gebrui­ken, in plaats van om de hete brij heen te draai­en. Maar ik vind dat ik dan wel dui­de­lijk moet maken wel­ke bete­ke­nis ik bedoel. Gaat het mij bij een hou­ding van ‘ja, mits’ om het maken van beleid en het uit­wer­ken daar­van in nor­men, of om het con­tact met een ini­ti­a­tief­ne­mer? Dat maakt nog­al wat uit, ter­wijl voor een gespreks­part­ner niet altijd dui­de­lijk hoeft te zijn wel­ke bete­ke­nis wordt bedoeld. Stel zelf maar eens de vra­gen ‘over wel­ke vorm heb­ben we het?’ en ‘wat bete­kent dat voor ons?’. Dat levert vast een mooi gesprek op, en hope­lijk ook een ver­rij­king van inzich­ten. Pre­cies het stel­len van die vra­gen lever­de mij in ieder geval erg leu­ke en inte­res­san­te gesprek­ken op met mijn vier gesprekspartners.

Samen maken we het Omge­vings­wet­jar­gon begrijpelijker!

Dit arti­kel is ook gepu­bli­ceerd in RO Maga­zi­ne (15 januari)