Hoe de studeeromgev­ing bij­draagt aan studiesucces

Geplaatst op 3 decem­ber 2020

Op 8 decem­ber organ­iseert Cam­pus Day het online event ‘Co-cre­atie op de cam­pus’. Kees Rezel­man en Romy Beuke­boom van AT Osborne ver­zor­gen de inspi­ratiesessie over Stud­eren op de Campus. 

Kampvuur

De inspi­ratiesessie ‘Zien leren doet leren; hoe de studeeromgev­ing bij­draagt aan stud­iesuc­ces’ is een ver­volg op het door AT Osborne (Romy Beuke­boom) uit­gevo­erde onder­zoek onder stu­den­ten en pro­fes­sion­als bin­nen ver­schil­lende campusorganisaties.

Het onderzoek

Een goede cam­pus is in het beste geval een plaats waar stu­den­ten zich thuis voe­len en die tegelijk­er­ti­jd aanzet tot stud­eren. In de prak­tijk blijkt niet elke locatie bij hen even geliefd. Daarom ontwierp Romy Beuke­boom drie richtli­j­nen voor de ide­ale leeromgev­ing. Daar­bij baseerde ze zich op onder­zoek onder stu­den­ten en cam­pus­man­agers van de Rad­boud Uni­ver­siteit, de Uni­ver­siteit Utrecht en Wagenin­gen Uni­ver­si­ty & Research.

Richtli­jn 1: Rust, rumo­er en onder­linge ver­bon­den­heid faciliteren

De eerste richtli­jn gaat over de inricht­ing van de ide­ale studeeromgev­ing op de cam­pus. Deze moet rust, rumo­er en onder­linge ver­bon­den­heid faciliteren. Beuke­boom gebruikt hier­voor drie fysis­che arche­typen van David Thurn­berg, die uitn­odi­gen tot een bepaald soort studiege­drag en studie-ervar­ing: de grot, het kam­pvu­ur en de waterbron.

  • De grot staat voor een rustige plaats waar je je kunt terugtrekken en je kunt con­cen­tr­eren op indi­vidueel werk. Voor­beeld: de universiteitsbibliotheek.
  • Het kam­pvu­ur staat voor ont­moet­ing met anderen met wie men geen band heeft, maar wel een geza­men­lijke inter­esse. Voor­beeld: een gastspreker.
  • De water­bron tenslotte staat voor een plaats die kruis­bes­tu­iv­ing facili­teert. Voor­beeld: koffi­es­ta­tion­net­jes op de gang.

Richtli­jn 2: Cen­traliseer de oper­a­tionele struc­tu­ur van de uni­ver­siteit en haar faciliteit­en, online en offline

De tweede richtli­jn gaat over gebruik en gebruik­ser­var­ing. Cam­pus­man­agers en stu­den­ten hebben een ver­schil­lende per­cep­tie over gebruik, omdat de eerste groep uit­gaat van absolute beschik­baarheid, ter­wi­jl de tweede groep kijkt naar beschik­baarheid die aan hun eisen en voorkeuren vol­doet. Een ander prob­leem is de vaak ondoorzichtige, onvolledi­ge, ver­snip­perde en niet actuele bezettingsin­for­matie. Daarom moeten uni­ver­siteit­en infor­matie over de bezettings­graad cen­traler en toe­ganke­lijk­er rege­len, zow­el voor stu­den­ten als voor cam­pus­man­agers. Daar­bij kun­nen ze slimme tools inzetten zoals apps en touchscreens.

Richtli­jn 3: Begin het pro­ces met het definiëren van de behoefte van de gebruiker

De derde en laat­ste richtli­jn gaat over het belang van het definiëren van de behoefte van de gebruik­er. Dit is nodig om in de toekomst een mis­match te voorkomen en omdat de leeromgev­ing wel de gebruik­er beïn­vloedt, maar de gebruik­er nog veel te weinig de leeromgev­ing. De design think­ing-meth­ode kan de cam­pus­man­ag­er helpen de juiste beslissin­gen te nemen, eve­nals het in een vroeg sta­di­um betrekken van stu­den­ten – de toekom­stige gebruik­ers – bij de vor­mgev­ing van studieplaatsen.

Onder lei­d­ing van Kees Rezel­man, man­ag­ing con­sul­tant Onder­wi­js, met als side­kick Romy Beuke­boom, dis­cus­siëren we over deze drie richtlijnen.

Deel deze pagina via

Ook interessant