De minis­ter infor­meert de Twee­de Kamer over de uit­kom­sten van het AT Osbor­ne onder­zoek naar de gevol­gen van het recht op toe­gang tot het bin­nen­lands per­so­nen­ver­voer per spoor. Dit onder­zoek resul­teer­de in het rap­port ‘Gevol­gen Recht op Toegang’.

Ach­ter­grond

In 2020 wil het Kabi­net een besluit nemen over de markt­or­de­ning en – stu­ring op het spoor na 2024. Een van de bouw­ste­nen voor dit besluit is onder­zoek van AT Osbor­ne naar de gevol­gen van het recht op toe­gang (‘open toe­gang’) tot infra­struc­tuur voor het bin­nen­lands per­so­nen­ver­voer per trein. Dit is eind decem­ber 2019 aan de Twee­de Kamer gezon­den. Door dit recht, dat een gevolg is van Euro­pe­se wet­ge­ving, kun­nen spoor­ver­voer­ders zon­der con­ces­sie per dienst­re­ge­ling 2021 bin­nen­land­se trein­dien­sten uit­voe­ren. Voor het hoof­drail­net kan dit per dienst­re­ge­ling 2025.

Onder­zoek AT Osborne

Voor het onder­zoek bracht AT Osbor­ne in kaart:

  • wel­ke kan­sen en bedrei­gin­gen open toe­gang biedt voor de rei­zi­ger, voor de con­ces­sie­hou­den­de ver­voer­der en (con­ces­sie­ver­le­nen­de) over­heid, en voor de ver­voer­der die toe­gang tot de infra­struc­tuur wil;
  • wel­ke alge­me­ne eco­no­mi­sche en finan­ci­ë­le effec­ten en prik­kels uit­gaan van het recht op toegang;
  • wel­ke (non-dis­cri­mi­na­toi­re) eisen en rand­voor­waar­den moe­ten wor­den gesteld om een gelijk speel­veld te bor­gen en om een gelijk­waar­dig kwa­li­teits­ni­veau te behou­den in ver­ge­lij­king met con­ces­sie­hou­ders, en wel­ke ruim­te de Euro­pe­se regel­ge­ving biedt om die eisen en rand­voor­waar­den aan open toe­gang ver­voer­ders te stellen.

De minis­ter heeft uit het onder­zoek drie belang­rij­ke instru­men­ten afge­leid die in de komen­de peri­o­de ver­der wor­den uit­ge­werkt in het kader van de besluit­vor­ming over de marktordening.

Naar de Kamer­brief en het rap­port.