Dat con­sta­teert AT Osbor­ne in een kwan­ti­ta­tie­ve ana­ly­se van de belang­rijk­ste finan­ci­ë­le en orga­ni­sa­to­ri­sche trends in de sector.

De dalen­de inves­te­rings­cur­ve mag opval­lend heten, omdat de zie­ken­hui­zen de afge­lo­pen jaren een gezon­de, zij het geli­mi­teer­de groei heb­ben door­ge­maakt, aldus AT Osbor­ne. De kos­ten­groei in de zie­ken­huis­zorg houdt al sinds 2010 gelij­ke tred met de groei van het Bru­to Bin­nen­lands Pro­duct (BBP). De beperk­te kos­ten­groei in de zorg wordt veel­al toe­ge­schre­ven aan de hoofd­lij­nen­ak­koor­den die de vori­ge minis­ter van VWS Edith Schip­pers sinds 2012 met de sec­tor sloot. Maar vol­gens AT Osbor­ne was er ook in de jaren 2010 en 2011 spra­ke van een geli­mi­teer­de groei; een groei boven­dien onder het niveau van de daar­op vol­gen­de jaren van hoofdlijnenakkoorden.

Vol­gens The­o­fiel Jet­ten, mana­ging con­sul­tant van AT Osbor­ne en oud-finan­ci­eel direc­teur van Gel­re Zie­ken­hui­zen, leert deze ana­ly­se dat het beeld van de zie­ken­huis­sec­tor als finan­ci­ë­le veel­vraat mag wor­den bij­ge­steld. “Het voelt mis­schien con­tra-intu­ï­tief, maar de zie­ken­huis­sec­tor groeit niet har­der dan het bru­to nati­o­naal product.”

Over­we­gend goe­de cij­fers
Ook op ande­re pun­ten laat de sec­tor meer­ja­rig over­we­gend goe­de cij­fers zien, con­sta­teert AT Osbor­ne, dat zich daar­bij onder meer baseert op cij­fers van accoun­tants­bu­reau BDO. Zo is de sol­va­bi­li­teit tus­sen 2011 en 2017 gegroeid van 14 pro­cent naar bij­na 24 pro­cent, ruim boven de norm. Ook het weer­stands­ver­mo­gen is flink gegroeid: van 14,2 pro­cent naar 21,6 pro­cent, ruim ander­hal­ve punt boven de norm. Boven­dien is de ver­hou­ding tus­sen schuld en bedrijfs­re­sul­taat ver­der gedaald. Punt van zorg is de ren­de­ments­ont­wik­ke­ling. Dit ren­de­ment is met zes­tien­de punt gezakt tot 1,3 pro­cent, maar zit nog altijd dicht tegen de gewens­te 1,5 pro­cent aan.

Dit alles bete­kent vol­gens Jet­ten niet dat het beleid van finan­ci­ë­le sober­heid zoals dat door het vori­ge kabi­net gevoerd is, onte­recht is geweest. “Het is niet van­zelf gegaan. En hoe­wel de sec­tor als geheel gezond is, heb­ben zie­ken­hui­zen moei­te om het finan­ci­eel voor elkaar te boksen.”

Geen excuus
De soms beperk­te finan­ci­ë­le kaders mogen wat AT Osbor­ne Gezond­heids­zorg betreft voor de zie­ken­hui­zen ech­ter geen excuus zijn om niet in bewe­ging moe­ten komen. Van­zelf­spre­kend­heid in de zin van vas­te inkom­sten, gega­ran­deer­de pati­ën­ten­stro­men en dub­bel gedek­te nieuw­bouw­plan­nen, behoort voor­goed tot het ver­le­den. Vra­gen op het vlak van huis­ves­ting en vast­goed wor­den drin­gen­der en com­plexer door de ver­an­de­rin­gen in het zorg­land­schap, lei­dend tot een ande­re benut­ting van de bestaan­de infra­struc­tuur. Zie­ken­hui­zen zul­len dan ook actief moe­ten inspe­len op deze tran­si­tie. Dit bete­kent meer aan­dacht voor ver­mo­gens­be­heer, in nau­we samen­hang met inten­sie­ve regi­o­na­le samen­wer­king en bij­be­ho­ren­de portfoliokeuzes.

“Net­werk­ma­na­ge­ment is daar­bij nodig om de juis­te zorg op de juis­te plaats, zin­nig en zui­nig, te kun­nen rea­li­se­ren”, aldus AT Osbor­ne op de infor­ma­tie­kaart. “Cen­tra­le vraag is hoe deze net­wer­ken effec­tief en effi­ci­ënt te laten func­ti­o­ne­ren.” Dit bete­kent weer keu­zes over ver­de­ling van het behan­de­laan­bod en het nood­za­ke­lij­ke vast­goed. Veer­kracht is daar­bij vol­gens AT Osbor­ne cru­ci­aal, want suc­ces­vol ope­re­ren bin­nen het hui­di­ge stel­sel is geen kwes­tie van “een een­ma­li­ge ver­hui­zing”, maar een zaak van per­ma­nent adap­tief vermogen.