Een groei­en­de groep men­sen heeft niet het geld voor maat­re­ge­len om op ener­gie te bespa­ren, ter­wijl de ener­gie­re­ke­ning een gro­ter deel van hun uit­ga­ven wordt wan­neer de prijs stijgt. Deze armoe­de­val, die voor veel men­sen al een rea­li­teit is, ver­traagt de ener­gie­tran­si­tie en de belang­rij­ke bij­dra­ge daar­van aan het tegen­gaan van kli­maat­ver­an­de­ring. In vrij­wel alle gemeen­ten zijn tegen­woor­dig bewo­ners­ini­ti­a­tie­ven die zich ener­gie­co­ö­pe­ra­tie noe­men. Zij orga­ni­se­ren col­lec­tie­ve inkoop van duur­za­me maat­re­ge­len zoals iso­la­tie en zon­ne­pa­ne­len. Ook stre­ven de mees­ten naar pro­duc­tie van ener­gie door de coö­pe­ra­tie, met een wind­mo­len bij­voor­beeld. Zij hou­den de prijs van maat­re­ge­len en ener­gie laag waar­door men­sen kun­nen bespa­ren op ener­gie­kos­ten en het risi­co daalt dat zij in de armoe­de­val terecht komen. Ener­gie­co­ö­pe­ra­ties zijn meest­al een bewo­ners­ini­ti­a­tief, maar niet altijd een bedrijf dat ook ener­gie pro­du­ceert. Dit arti­kel haalt bei­de uit elkaar, ver­bindt ze ten­slot­te weer en reflec­teert op wat dit kan bete­ke­nen voor de armoe­de­val en voor soci­aal-libe­raal beleid.

Bewo­ners­ini­ti­a­tief

In bewo­ners­ini­ti­a­tie­ven delen men­sen hun spul­len, en voor­al tijd en talen­ten, om samen hun omge­ving en leven beter te maken. Door samen te wer­ken aan ener­gie, zorg, wel­zijn, wonen, voed­sel, natuur, buurt­be­heer, vei­lig­heid, afval, ver­voer ont­staat meer wel­vaart. Niet gezegd is dat de kan­sen eer­lijk ver­deeld zijn om daar­in te delen, wel dat men­sen meer kan­sen krij­gen. Het geheim daar­bij is dat een enkel mid­del wordt inge­zet voor twee of meer doe­len. Bewo­ners­ini­ti­a­tie­ven zijn een niet te onder­schat­ten kracht die maat­schap­pe­lijk en eco­no­misch in staat zijn tot aan­zien­lij­ke prestaties.

Als we groe­ne maat­re­ge­len als voor­beeld nemen, wordt de kracht van het nastre­ven van twee of meer doe­len snel dui­de­lijk. Groen kan naast gezond­heid en kli­maat tege­lijk bij­dra­gen aan min­der geluid, een mooi­e­re buurt, wel­zijn, en zelfs voed­sel­voor­zie­ning. Een mid­del, in dit geval groen, wordt zo inge­zet voor meer­de­re doe­len. Het gaat er niet om dat je zoveel moge­lijk voed­sel per vier­kan­te meter ver­bouwt, maar het gaat erom dat het groe­ne perk­je gebruikt kan wor­den voor het ver­bou­wen van toma­ten en tege­lijk de buurt ver­fraait, en geluid­over­last van de nabij­ge­le­gen weg ver­min­dert. Dat is heel natuur­lijk voor een gemeen­schap men­sen die samen­werkt. Ieder neemt haar eigen inbreng mee en men kijkt hoe die het best te com­bi­ne­ren zijn. Bedrij­ven en over­he­den kun­nen daar­aan bijdragen.

In een bewo­ners­ini­ti­a­tief krij­gen allen de moge­lijk­heid een enkel mid­del voor twee of meer doe­len in te zet­ten; een eco­no­mi­sche kracht die vrij­wel onbe­kend is. Maat­schap­pe­lij­ke en eco­no­mi­sche waar­den, die heel lang los van elkaar heb­ben gestaan, blij­ken van waar­de voor elkaar. Intra-actie is een mooi con­cept om dit te ver­dui­de­lij­ken. Intra-actie wil zeg­gen dat je de intrin­sie­ke waar­de onder­zoekt van bij­voor­beeld wonen en van zorg. Dan zie je wat wonen kan bete­ke­nen voor zorg, en ga je niet alleen anders bou­wen, maar ook de zorg anders orga­ni­se­ren. Ande­re orga­ni­sa­tie van de zorg, die past bin­nen dit intra-actie per­spec­tief, heeft de afge­lo­pen jaren een gro­te bewe­ging in Neder­land op gang gebracht, van onder meer acht­hon­derd bewo­ners­ini­ti­a­tie­ven in de vorm van zorg­co­ö­pe­ra­ties. Zij grij­pen de kan­sen van wonen voor zorg en heb­ben gun­stig effect op gezond­heid en wel­zijn van men­sen. Op tal­loos veel ande­re maat­schap­pe­lij­ke ter­rei­nen lig­gen ver­ge­lijk­ba­re kan­sen te wach­ten en ener­gie is daar­van een sterk voorbeeld.

Ener­gie­co­ö­pe­ra­tie

Ener­gie­co­ö­pe­ra­ties mobi­li­se­ren als bewo­ners­ini­ti­a­tief men­sen in wij­ken, die daken, auto’s, bio­mas­sa, opper­vlak­te­wa­ter en nog veel meer goe­de­ren gaan benut­ten voor ener­gie. Daar­bij is ener­gie niet alleen een doel, maar ook een mid­del om ande­re doe­len na te stre­ven, zoals bij­voor­beeld werk­ge­le­gen­heid bevor­de­ren, of kli­maat­ver­an­de­ring tegen­gaan. Bewo­ners kij­ken van­uit ver­schil­len­de per­spec­tie­ven naar de intrin­sie­ke waar­de van ener­gie en zien daar­door alles wat ener­gie voor de omge­ving kan bete­ke­nen. Dat cre­ëert meer kan­sen en geeft men­sen moge­lijk­he­den om niet in de armoe­de­val te belan­den. Dat is de ware aard van bewo­ners­ini­ti­a­tie­ven die zich zien als ener­gie­co­ö­pe­ra­tie. Dat is wat anders dan een coö­pe­ra­tief bedrijf dat ener­gie produceert.

Ener­gie­co­ö­pe­ra­ties mobi­li­se­ren als bewo­ners­ini­ti­a­tief men­sen in wij­ken, die daken, auto’s, bio­mas­sa, opper­vlak­te­wa­ter en nog veel meer goe­de­ren gaan benut­ten voor energie.

Neder­land telt bij­na 500 bewo­ners­ini­ti­a­tie­ven rond ver­duur­za­ming van ener­gie­ge­bruik en vrij­wel allen noe­men zich ener­gie­co­ö­pe­ra­tie. De mees­ten zit­ten nog in het sta­di­um van het geza­men­lijk aan­schaf­fen van ener­gie­be­spa­ren­de maat­re­ge­len. Er zijn ech­ter steeds meer ener­gie­co­ö­pe­ra­ties die het sta­di­um heb­ben bereikt van ener­gie-pro­du­ce­rend bedrijf, waar­uit extra waar­de voor bewo­ners ont­staat. Eigen aan veel ener­gie­co­ö­pe­ra­ties, die dit sta­di­um heb­ben bereikt, is dat win­sten terug keren in de loka­le gemeen­schap, want daar zit­ten de aan­deel­hou­ders. Dat kun­nen ook men­sen zijn met een klein aan­deel. Boven­dien zijn in de mees­te geval­len de aan­deel­hou­ders akkoord met een rede­lij­ke prijs voor ener­gie, en met inzet van een deel van de winst in nieu­we pro­jec­ten voor de gemeen­schap. Het is wen­se­lijk dat ener­gie­co­ö­pe­ra­ties dit sta­di­um berei­ken, omdat dit alles nog meer helpt om de armoe­de­val te voorkomen.

Ech­ter, het bestaan van een vol­groei­de ener­gie­co­ö­pe­ra­tie roept ook maat­schap­pe­lij­ke vra­gen op. Het is een publie­ke taak om te zor­gen dat ieder­een betaal­ba­re ener­gie heeft, maar op een enke­le uit­zon­de­ring na pro­du­ce­ren over­he­den geen ener­gie. Nu gemeen­ten zoe­ken naar moge­lijk­he­den voor pro­duc­tie van duur­za­me ener­gie, zijn velen geneigd in zee te gaan met een groot ener­gie­be­drijf, maar dan bepa­len de aan­deel­hou­ders hoe de opbreng­sten bestemd wor­den. Dat lijkt geen goed recept tegen de armoe­de­val, maar ook de ener­gie­co­ö­pe­ra­tie is geen pana­cee. Deze laat zoveel moge­lijk men­sen lokaal pro­fi­te­ren, maar dat hoeft niet ieder­een te zijn, en som­mi­gen kun­nen meer pro­fi­te­ren dan anderen.

De prak­tijk laat zien dat over­heid, bedrijfs­le­ven en coö­pe­ra­tie elkaar nodig heb­ben, en dat zij samen een oplos­sing kun­nen bie­den voor de drei­gen­de armoe­de­val op een manier die geen van drie­ën alleen kan bie­den. Een ener­gie­be­drijf brengt ken­nis en erva­ring in, en geld. Dat doet de over­heid ook en zij kan erop toe­zien dat dit bedrijf samen­werkt met een coö­pe­ra­tie, en dat deze coö­pe­ra­tie eraan werkt om lokaal steeds meer men­sen te betrek­ken. Dit ont­slaat de over­heid van de rol om zelf ener­gie te pro­du­ce­ren, en sti­mu­leert de coö­pe­ra­tie. Die is veel beter dan de over­heid en het bedrijfs­le­ven in staat om loka­le krach­ten te mobi­li­se­ren, en opbreng­sten lokaal opnieuw in te zet­ten voor zoveel moge­lijk mensen.

Con­clu­sie

Min­der men­sen in de armoe­de­val bete­kent meer men­sen die geld uit­ge­ven aan de ener­gie­tran­si­tie, en dat helpt om kli­maat­ver­an­de­ring tegen te gaan. De ener­gie­co­ö­pe­ra­tie kan hier­aan bij­dra­gen in samen­wer­king met bedrijfs­le­ven en over­heid. Er zijn som­mi­ge coö­pe­ra­ties die dit doen zon­der ook een bewo­ners­ini­ti­a­tief te zijn. Dat kan, maar het is min­der krach­tig, omdat dit ini­ti­a­tief ver­der gaat dan enkel ener­gie­pro­duc­tie, en ener­gie bij­voor­beeld ook ziet als mid­del om werk­ge­le­gen­heid te bevor­de­ren, of elek­trisch rij­den. Zo ont­staat meer wel­vaart en de kans om daar­van de pro­fi­te­ren. Het bewo­ners­ini­ti­a­tief is geen garan­tie dat allen dezelf­de kan­sen krij­gen, maar wel dat allen meer kan­sen krij­gen, en ook dat is een recept tegen de armoe­de­val en tegen energiearmoede.

Dit klinkt als een soci­aal-libe­raal pana­cee, men­sen die in vrij­heid samen meer voor elkaar bete­ke­nen. Maar wat bete­kent dit voor het publiek bestuur? Dat heeft bij­voor­beeld zeer recent hon­der­den mil­joe­nen extra uit­ge­trok­ken voor kli­maat­adap­ta­tie. Lage­re over­he­den kun­nen daar­voor pro­ject­voor­stel­len indie­nen, en zij mogen ver­wach­ten afge­re­kend te wor­den op het beha­len van doe­len van kli­maat­adap­ta­tie. Tege­lijk is bekend dat der­ge­lij­ke doe­len meest­al bereikt wor­den door aan iets anders te wer­ken, zoals natuur, land­schap, water, bodem of ener­gie. Het risi­co is reëel dat een gemeen­te­raad dit niet pikt met als gevolg zeer inge­perk­te pro­jec­ten rond kli­maat­adap­ta­tie, die moge­lijk zelfs in de weg staan van natuur, land­schap, water, bodem en energie.

In plaats hier­van kan de raad ook zeg­gen dat beleid rond natuur, land­schap, water, bodem en ener­gie juist kan bij­dra­gen aan kli­maat­adap­ta­tie. Kie­zen raads­le­den die weg, dan kun­nen zij zelfs de eis stel­len dat beleid rond kli­maat­adap­ta­tie zoveel moge­lijk kan­sen moet geven aan ander beleid wan­neer dat de kli­maat­adap­ta­tie ver­groot. Dan helpt de gemeen­te­raad om situ­a­ties te cre­ë­ren waar­voor loka­le gemeen­schap­pen geknipt zijn. Denk aan een groep men­sen die lokaal groen aan­pakt en dat onder meer geschikt maakt voor opvang van kli­maat­bui­en en het weer­staan van droog­te, maar bij­voor­beeld ook voor voed­sel en recre­a­tie. Dan wordt een enkel mid­del inge­zet tot twee of meer doe­len, maar risi­co­vol is dat de raad in de tra­di­tie staat om op slechts een enkel doel af te rekenen.

Kli­maat­maat­re­ge­len die zich beper­ken tot het kli­maat zijn niet goed genoeg. In plaats van enkel con­tro­le­ren of beleids­ma­kers doen wat is afge­spro­ken kan ook con­tro­le plaats­vin­den op kan­sen die je niet moet laten lig­gen, in fei­te op maat­schap­pe­lijk onder­ne­mer­schap van de over­heid. Dat roept om een nieuw begin­sel in de par­le­men­tai­re con­tro­le: streef altijd naar een extra effect. “Geach­te minis­ter, gede­pu­teer­de, wet­hou­der, heeft u hier geen kan­sen laten lig­gen?” Een even hel­de­re als maat­schap­pe­lijk rele­van­te bood­schap. Als die wordt opge­pikt, dan ont­staan meer situ­a­ties waar­in gemeen­schap­pen een enkel mid­del kun­nen inzet­ten tot twee of meer doe­len, bij­voor­beeld rond ener­gie en met als een extra effect bestrij­ding van de armoe­de­val. D66 zou zich, juist van­uit soci­aal-libe­raal oog­punt, veel meer moe­ten rich­ten op de moge­lijk­he­den die bewo­ners­ini­ti­a­tie­ven en ener­gie­co­ö­pe­ra­ties bie­den, want dan kun­nen veel meer men­sen mee­ko­men in de tran­si­tie. Goed begin is het omar­men van het nieu­we beginsel.

Over de schrijver

Jur­gen van der Heij­den werkt als advi­seur duur­za­me eco­no­mie voor AT Osbor­ne. Als vrij­wil­li­ger is hij bestuurs­lid van de Ver­e­ni­ging van Ener­gie-Ini­ti­a­tie­ven in Noord-Hol­land en van Neder­land Zorgt voor Elkaar.

Dit arti­kel is ook gepu­bli­ceerd in Idee, Tijd­schrift voor het soci­aal-libe­ra­lis­me, num­mer 205, juli 2019.