Alweer voor de der­de jaar op rij is de regen­me­ter in onze ach­ter­tuin één van de minst gebruik­te instru­men­ten in mijn dage­lijks leven. Het gebrek aan neer­slag – en dus de aan­vul­ling van onze stra­te­gi­sche grond­wa­ter­voor­raad – gaat steeds meer van inci­den­teel naar struc­tu­reel. Droog­te is één van die thema’s die ons als samen­le­ving voor de vraag stelt hoe wij onze leef­om­ge­ving moe­ten aan­pas­sen aan een ver­an­de­rend klimaat.

Naast de ener­gie­tran­si­tie, de woning­op­ga­ve, het vraag­stuk van bereik­baar­heid en soci­a­le vraag­stuk­ken, speelt ook kli­maat­adap­ta­tie een belang­rij­ke rol bij over­he­den op nati­o­naal, regi­o­naal en voor­al ook lokaal niveau. Hoe maken wij onze leef­om­ge­ving pas­send, aan een ver­an­de­rend klimaat.

Water­over­last op de weg in Baarn

Samen­wer­ken in een RAS

Omdat kli­maat­adap­ta­tie bij uit­stek een vraag­stuk is waar­over meer­de­re over­heids­par­tij­en zich moe­ten bui­gen, wordt er samen­ge­werkt in regio’s. Wij als AT Osbor­ne advi­se­ren een aan­tal van deze regio’s in het geza­men­lijk ont­wik­ke­len van een Regi­o­na­le Adap­ta­tie Stra­te­gie (RAS). Een RAS is een stra­te­gi­sche docu­ment, vast­ge­legd door alle betrok­ken par­tij­en, waar­in staat wel­ke stra­te­gie wordt inge­zet op vier thema’s; voor­ko­men van water­over­last, voor­ko­men van scha­de en ver­lies van levens bij over­stro­min­gen, omgaan met droog­te en voor­ko­men van hit­te­stress in ste­den. Het opval­len­de ken­merk van een RAS is dat de exac­te doel­stel­lin­gen voor kli­maat­adap­ta­tie niet zijn vast­ge­legd in cij­fers of nor­men. Dit in tegen­stel­ling tot bij­voor­beeld de Regi­o­na­le Ener­gie Stra­te­gie, waar de doel­stel­ling (35 TJ in 2050) exact is omschreven.

Water­over­last betreft scha­de ten gevol­ge van hevi­ge neer­slag, over­stro­min­gen betreft scha­de als gevolg van dijk­door­braak bij hoog­wa­ter langs de kust of op de rivieren.

Ambi­ties en doelstellingen

Samen met de regio Water&Klimaat Zuid­west Utrecht, een net­werk van 14 gemeen­ten, het water­schap HDSR, de vei­lig­heids­re­gio en de pro­vin­cie Utrecht, zijn we bezig met het vast­leg­gen van visie, ambi­ties, streef­beel­den en doel­stel­lin­gen voor de regio op het gebied van kli­maat­adap­ta­tie. De visie van het net­werk Water&Klimaat is hel­der; samen wer­ken aan een kli­maat­be­sten­dig en water­ro­buus­te regio in 2050. Om tot dui­de­lij­ke doel­stel­lin­gen te komen is nood­za­ke­lijk, maar blijkt min­der makkelijk.

Faci­li­te­ren en stimuleren

De basis van onze aan­pak is dat wij als advi­seurs slechts spo­ra­disch zelf de pen ter hand nemen om stuk­ken te schrij­ven. Wij faci­li­te­ren en sti­mu­le­ren de direct betrok­ken gemeen­te­amb­te­na­ren om met elkaar tot de juis­te for­mu­le­rin­gen te komen. Op basis van de input van de betrok­ke­nen is de basis van de RAS al ont­wik­keld. Ont­bre­ken­den delen (deels) zijn nu nog de doel­stel­lin­gen, de exac­te for­mu­le­ring van de stra­te­gie­ën en de afspra­ken. Een mooie uit­da­ging, zeker in deze con­tact­lo­ze tijd.

Invul­len van de ont­bre­ken­de delen

Om tot invul­ling te komen van de ont­bre­ken­de delen gebrui­ken we een aan­tal stap­pen. Ten eer­ste ont­wik­ke­len we samen met onze part­ners een streef­beeld. Een visu­a­li­sa­tie van hoe een kli­maat­be­sten­di­ge en water­ro­buus­te regio er uit ziet. Dit geven we vorm met foto’s en tekeningen.

De twee­de stap is dat we bete­ke­nis gaan geven in woor­den en cij­fers van de begrip­pen kli­maat­be­sten­dig en water­ro­buust. Eigen­lijk pro­be­ren we, ana­loog aan het pro­ces bij de RES, een getals­ma­ti­ge stip op de hori­zon te zet­ten. Helaas is dit niet 1 getal maar een bon­te ver­za­me­ling van aller­lei ver­schil­len­de situ­a­ties. Voor­beel­den zijn:

  • Wat bete­kent kli­maat­be­sten­dig voor de ste­den en dor­pen? Bete­kent dit dat in 2050 geen enkel huis meer vol­stroomt met water wan­neer er in 1 uur 60, 70 of 80 mm regen valt (ter ver­ge­lij­king op 28 juli 2014 regen­de het 90 mm tus­sen 9 en 11 uur)? Bete­kent dit dat bij die­zelf­de bui alle tun­nels nog steeds toe­gan­ke­lijk zijn er dat er dus geen pro­ble­men zijn in de bereik­baar­heid? Of bete­kent dit dat alleen de nieuw­bouw droog blijft en dat 10, 20 of 30% van de bestaan­de bebou­wing over­last mag ervaren?
  • Wat bete­kent water­ro­buust voor het lan­de­lijk gebied? Bete­kent dit dat geen enke­le boer of natuur­ge­bied water­te­kort heeft tij­dens de zomer? Of bete­kent dit dat voor alleen voor spe­ci­a­le gebie­den en func­ties altijd water beschik­baar blijft? En hoe zit dat dan met het water in de stad, mag dat een stin­ken­de groe­ne prut wor­den (met alle con­se­quen­ties voor de leefkwaliteit)?
  • Wat bete­kent voor­ko­men van hit­te­stress? Bete­kent dit dat er geen ver­schil meer is in de gevoel­s­tem­pe­ra­tuur tus­sen stad en plat­te­land? Of accep­te­ren we een aan­tal gra­den ver­schil? En hoe­veel dan?

Aan de hand van boven­staan­de vra­gen geven we bete­ke­nis aan de woor­den ‘kli­maat­be­sten­dig en water­ro­buust in 2050’. En daar­mee een hel­de­re stip op de hori­zon voor de ver­schil­len­de adap­ta­tie strategieën.