Neder­land staat voor een enor­me opga­ve de naoor­log­se infra­struc­tuur en woning­bouw te ver­nieu­wen en te ver­van­gen. Tel daar de ener­gie­tran­si­tie en de nood­zaak voor een duur­za­me maat­schap­pij bij op en je weet: er ligt een gewel­di­ge ambi­tie voor ons.

De vraag is: hoe kun­nen we met de bestaan­de regels voor aan­be­ste­den deze ambi­tie rea­li­se­ren? Hoe komen inno­va­ties ver­der dan een hand­vol pilots of pro­jec­ten? Hoe kun­nen we echt opscha­len, zodat inno­va­ties lei­den tot sub­stan­ti­ë­le kwa­li­teits­ver­be­te­ring en struc­tu­re­le kos­ten­be­spa­ring? Hoe kun­nen we ervoor zor­gen dat bin­nen de con­tract­pe­ri­o­de sig­ni­fi­can­te ver­be­te­rin­gen bereikt blij­ven wor­den? Marc Unger pre­sen­teert een visie op con­trac­te­ren bin­nen de publie­ke sec­tor die dit moge­lijk maakt. De kern van deze visie is de ambi­tie te contracteren.

Waar komen we van­daan?
Neder­land heeft een eeu­wen­ou­de ster­ke bouw­tra­di­tie, waar­in over­heid, weten­schap, ont­wer­pers en bou­wers de erva­rin­gen van voor­gaan­de pro­jec­ten tel­kens gebruik­ten om nieu­we, ambi­ti­eu­ze­re pro­jec­ten beheerst te ont­wer­pen en te rea­li­se­ren. Eerst in de strijd tegen het water, later kwa­men daar spoor, weg, ener­gie en lucht­vaart bij. Adri­aan Geu­ze deed in zijn uit­zen­ding van Zomer­gas­ten in 2015 een oproep om deze tra­di­tie te her­stel­len. “Deze is aan het ein­de van de 20e eeuw kapot gemaakt door de wet­ten op de ruim­te­lij­ke orde­ning, door de aan­be­ste­dings­wet­ge­ving en door te veel geloof in de indi­vi­du­e­le kracht van de markt zon­der regie. Hier­door is op lan­de­lijk niveau de ken­mer­ken­de en ver­ster­ken­de vloei­en­de bewe­ging uit de ont­wik­ke­lings­cir­kel van beden­ken, ont­wer­pen, rea­li­se­ren en eva­lu­e­ren gehaald,” aldus Geuze.

Bou­wa­gen­da: inves­te­ren in inno­va­tie en ver­nieu­wing
Vorig jaar is de Bou­wa­gen­da gepu­bli­ceerd. Deze agen­da stelt vast dat we op lan­de­lij­ke schaal moe­ten blij­ven inves­te­ren in inno­va­tie en ver­nieu­wing, zodat we duur­za­me ver­van­ging van een groot deel van de assets moge­lijk maken. Zoals brug­gen, via­duc­ten, woning­bouw, het gas­net. En dat tegen mini­maal 30% lage­re kos­ten, maar met de ambi­tie sig­ni­fi­can­te­re bespa­rin­gen te berei­ken. De Bou­wa­gen­da stelt let­ter­lijk dat wan­neer ambi­ties scherp en dwin­gend zijn, inno­va­tie volgt.

Toch con­sta­te­ren we tel­kens weer dat de bouw ver­snip­perd blijft en dat inno­va­tie meest­al niet ver­der komt dan een pilot. We heb­ben moei­te de idee­ën en ambi­ties op te scha­len. Hier­bij voe­len veel men­sen in de sec­tor zich gehin­derd door de aan­be­ste­dings­wet­ge­ving en de nog steeds vaak ver­kramp­te cul­tuur die rond­om het feno­meen aan­be­ste­den rust. Ook de markt­vi­sie geeft geen dui­de­lij­ke rich­ting als het op ambi­ties aan­komt. Dit beperkt ons de Bou­wa­gen­da op vol­le kracht te realiseren.

In mijn func­ties als Chief Pro­cure­ment Offi­cer heb ik gezien wat werkt en wat niet werkt, wel­ke aan­be­ste­din­gen tot stil­stand, gevech­ten en gedoe leid­den en wel­ke tot ver­snel­ling en voor­spoed. Wat ging er vaak mis? Dat is een com­bi­na­tie van drie fac­to­ren. Ten eer­ste een te rigi­de of te vei­li­ge inter­pre­ta­tie van aan­be­ste­dings­re­gels, met als doel juist gedoe te voor­ko­men. Ten twee­de het gebrek aan goe­de imple­men­ta­tie. Ten der­de het ont­bre­ken van een wer­vend gro­ter belang, een ‘pull’ om af te wij­ken van de standaardwerkwijzen.

Haal meer ren­de­ment uit de regels
In mijn erva­ring zijn de aan­be­ste­dings­re­gels niet beklem­mend. Wel kader stel­lend. Uiter­aard is het van groot belang bin­nen de regel­ge­ving te han­de­len. Ik noem dit de hygi­ë­ne. Waar­om wor­den die regels dan zo vaak als beklem­mend erva­ren? Omdat ze heel vaak als eng geïn­ter­pre­teerd wor­den, wat een soort self ful­fil­ling pro­fe­cy ople­vert. En omdat het in veel orga­ni­sa­ties echt ver­ve­lend wordt gevon­den als er rechts­za­ken wor­den aan­ge­span­nen. Met onrust bij het bestuur tot gevolg. Er is vaak angst en rigi­di­teit op de werk­vloer als het op aan­be­ste­dings­re­gels aan­komt. Mijn plei­dooi is dus niet de regels omver te gooi­en. Wel om daar, bin­nen de kaders, veel meer ren­de­ment uit te halen.

In de twee­de plaats luk­ken nood­za­ke­lijk ver­nieu­win­gen niet of niet goed, omdat ze vaak half geïm­ple­men­teerd wor­den. De ver­nieu­win­gen komen vaak hele­maal niet uit de verf, of in de bete­re geval­len niet veel ver­der dat pilots of slechts enke­le projecten.

Een der­de fac­tor ligt in een com­bi­na­tie van twee sleu­tels: ambi­tie en team­per­for­man­ce. Het begint immers met een ambi­tie, die alleen bereikt kan wor­den als alle betrok­ken par­tij­en hun maxi­ma­le bij­dra­ge leve­ren, aan­ge­trok­ken door een wen­kend, gro­ter belang. En bereid zijn zich naar dat belang te orga­ni­se­ren. Vol­gens het alou­de prin­ci­pe: one team – one goal.

Deze drie fac­to­ren samen lei­den tot een visie voor een nieu­we wij­ze van samen­wer­king. Dit komt erop neer dat we een pas­send en goed geïn­stru­eerd team samen­stel­len dat met behulp van een for­me­le aan­be­ste­ding de meest geschik­te part­ners uit­zoekt, die in poten­tie deze ambi­tie moge­lijk kun­nen maken. Dit leidt per part­ner tot een con­tract dat zich over meer­de­re jaren omspant. Samen met die part­ners wordt die ambi­tie stap voor stap bereikt. Deze part­ners zul­len moge­lijk ‑bin­nen het con­tract- hun bestaan­de busi­ness­mo­del moe­ten aan­pas­sen om tot de ambi­ties te komen. Het bij­pas­sen­de contract‑, pri­cing en incen­ti­ve­mo­del voor­ziet erin dat dit niet belem­me­rend, maar ver­ster­kend werkt. De betref­fen­de con­tract­par­tij­en heb­ben immers de keu­ze: mee­ver­an­de­ren of ach­ter­blij­ven. Voor de ach­ter­blij­vers zijn er exits en een open boek­hou­ding sluit wan­trou­wen over de kos­ten en baten uit.

Een voor­beeld ter illu­stra­tie: Schip­hol heeft gro­te ambi­ties om een digi­ta­le lucht­ha­ven te wor­den. Een van de sleu­tels daar­in is bio­me­trisch boar­den: rei­zen door gebruik te maken van gezichts­her­ken­ning. Vei­lig, snel, mak­ke­lijk. Ech­ter, er zijn maar heel wei­nig par­tij­en op de wereld die dit kun­nen. Eén par­tij had bewe­zen de soft­wa­re hier­voor ver genoeg te heb­ben door­ont­wik­keld via een pilot/testproject op Aru­ba, ande­re par­tij­en kwa­men niet snel genoeg tot een wer­ken­de Proof of Con­cept. Schip­hol heeft de win­nen­de par­tij in een samen­wer­kings­ver­band met ande­re par­tij­en gecon­trac­teerd op de ambi­tie: bio­me­trisch boar­den bin­nen enke­le jaren breed moge­lijk maken op Schip­hol. Inmid­dels kun­nen de resul­ta­ten in de prak­tijk erva­ren wor­den en schaalt Schip­hol steeds ver­der op. Aan­be­ste­dings­rech­te­lijk is er trans­pa­rant gehan­deld, waar­bij par­tij­en gelij­ke kan­sen kre­gen. Het vraagt wel anders denken.

In de tus­sen­tijd gaan de ont­wik­ke­lin­gen op het gebied van bio­me­tri­sche soft­wa­re in hoog tem­po door, kun­nen de ambi­ties bin­nen het con­tract naar boven bij­ge­steld kun­nen wor­den en ont­wik­kelt de markt op dit ter­rein zich ook bui­ten Schip­hol, zoals in Azië of in de Ver­e­nig­de Staten.

Legio ande­re voor­beel­den zijn denk­baar. Bij­voor­beeld de ont­wik­ke­ling naar pre­dic­ti­ve main­tenan­ce, de rea­li­sa­tie van een cir­cu­lai­re bedrijfs­voe­ring of bij de ver­duur­za­ming van naoor­log­se woonwijken.

Het bij­ko­men­de belang voor Neder­land om in deze ont­wik­ke­lin­gen voor­op te lopen is niet alleen de con­cur­re­ren­de, klant­vrien­de­lij­ke en effi­ci­ën­te Nati­o­na­le lucht­ha­ven, maar ook dat de (Neder­land­se) bedrij­ven die deze inno­va­ties rea­li­se­ren, door hun voor­sprong kan­sen in het bui­ten­land krij­gen om daar hun vleu­gels uit te slaan. “Neder­land inno­va­tie­land” in de praktijk!

Taak voor de publie­ke sec­tor
Ame­ri­kaans top­eco­no­me Mari­a­na Maz­zu­ca­to gaat nog een stap ver­der. Zij toont aan dat zon­der de lei­den­de rol van de staat om gro­te­re ambi­ties waar te maken, ont­wik­ke­lin­gen als inter­net, genees­mid­de­len en bio­tech­no­lo­gie in het geheel niet van de grond waren geko­men. Hier ligt dus een ver­ant­woor­de­lijk­heid voor de publie­ke sector.

Zo ver­bin­den we ons publiek-pri­va­te net­werk nog ster­ker aan de toe­komst en gebrui­ken we elkaar om echt ver­der te komen. Zodat die cyclus van beden­ken, ont­wer­pen, bou­wen en eva­lu­e­ren, weer her­steld wordt. Met daar­aan toe­ge­voegd een vijf­de pij­ler: de dia­loog met de samen­le­ving. Geu­ze staat daar vol­le­dig achter.

Niet het ver­le­den con­trac­te­ren, maar de toe­komst!
Deze nieu­we manier van den­ken gun ik de bedrij­ven in de publie­ke sec­tor. Immers, wij wil­len niet het ver­le­den con­trac­te­ren, maar de toe­komst, onze ambi­ties. Fun­da­ment onder de Bou­wa­gen­da, maar ook onder een ini­ti­a­tief als Next Gene­ra­ti­on Infra­struc­tu­res! Ook al is die toe­komst nog ongewis.

Ik ben er van over­tuigd dat we hier­mee niet alleen de Neder­land­se samen­le­ving met de Bou­wa­gen­da een dienst bewij­zen, maar ook onze eigen bedrij­ven en onze mede­wer­kers. Doen, wat mij betreft!

Lees ook het inter­view met Marc hier­over in Cobouw.

Meer infor­ma­tie

Fanauw Hop­pe

Stra­te­gisch (juri­disch) advi­seur AT Lawyers

+31 (0)6 106 983 14 Con­nect op LinkedIn